In de OCMW raad van 19/12/2019 werd een retributiereglement gestemd ter recuperatie van de kosten voor het verzenden van aanmaningen en dwangbevelen aan diegenen die de door hun verschuldigde sommen zoals retributies of huurgelden niet betalen voor de vervaldatum en dit voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
In de OCMW raad van 28/03/2024 werd een retributiereglement gestemd ter recuperatie van de kosten voor het verzenden van aanmaningen en dwangbevelen aan diegenen die de door hun verschuldigde sommen zoals retributies of huurgelden niet betalen voor de vervaldatum en dit voor een periode aanvang nemend op 22/03/2024 en eindigend op 31/12/2026.
Omwille van de financiële toestand is het noodzakelijk retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
Uittreksel uit de Omzendbrief KB/ABB 2019/2
Artikel 2.2.3 Gedwongen invordering
Gemeentelijke schuldvorderingen worden niet altijd binnen de vervaltermijn betaald. De financieel directeur is ertoe gehouden om achterstallige schuldvorderingen desnoods gedwongen in te vorderen, vanuit zijn zorg en verantwoordelijkheid voor het debiteurenbeheer (artikel 177, eerste lid, 2°, DLB). Dit geldt zowel voor fiscale als voor niet-fiscale vorderingen zoals bijvoorbeeld een retributie.
In grote lijnen loopt de gedwongen invordering van een schuld altijd volgens hetzelfde stramien: er wordt een aanmaning tot betaling gestuurd en de gerechtsdeurwaarder wordt ingeschakeld of eventueel volgt een optreden in rechte.
De gedwongen invordering van een fiscale schuld wordt geregeld in het WIB 1992. Voor niet-fiscale schulden geldt de regeling in artikel 177 van het DLB.
Gedwongen invordering van belastingen
Via de verwijzingsregeling in artikel 11 van het decreet van 30 mei 2008, wordt het WIB 1992 gevolgd om de schuldenaar van een achterstallige belastingschuld aan te manen tot betaling en de betaling eventueel af te dwingen.
Na het verstrijken van de betaaltermijn van twee maanden, stuurt de financieel directeur een herinneringsbrief aan de belastingschuldige. Deze herinneringsbrief kan ten vroegste tien dagen vanaf de eerste dag na het verstrijken van de betaaltermijn verstuurd worden (artikel 298 WIB 1992). De verzending mag, maar hoeft niet aangetekend te gebeuren. Het bestuur dat daarvoor kosten wil aanrekenen aan de belastingschuldige, neemt hiervoor een bepaling op in zijn belastingreglementen of stemt daarvoor een afzonderlijk retributiereglement.”
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit geeft aan dat het bestuur dat kosten wil aanrekenen voor een herinneringsbrief aan de belastingschuldige, hiervoor een bepaling dient op te nemen in zijn belastingreglementen of hiervoor een afzonderlijk retributiereglement dient te stemmen.
Een aanpassing van de tariefstelling is dan ook meer dan aangewezen.
Tevens is het wenselijk om een jaarlijkse indexering coëfficiënt van 1,5% te voorzien.
Het bedrag te wijzigen en vast te stellen op 20,00 EUR een aanmaning verzonden per aangetekende zending en 20,00 EUR voor een dwangbevel krachtens artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
Deze bedragen worden jaarlijks gecumuleerd geïndexeerd met een vaste coëfficiënt van 1,5%.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 77 betreffende de bevoegdheden van de OCMW-raad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
Financiële weerslag: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist om het retributiereglement ter recuperatie van de kosten voor het verzenden van aanmaningen en dwangbevelen aan diegenen die de door hun verschuldigde sommen zoals retributies of huurgelden niet betalen voor de vervaldatum gewijzigd te stemmen aanvang nemende op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Art.1: Het op 28/03/2024 gestemde retributiereglement recuperatie van de kosten voor het verzenden van aanmaningen en dwangbevelen wordt opgeheven en voor een periode aanvang nemend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 wordt een retributie geheven ter recuperatie van de kosten voor het verzenden van aanmaningen en dwangbevelen aan diegenen die de door hun verschuldigde sommen zoals retributies, of huurgelden niet betalen voor de vervaldatum.
Art.2: §1 De retributie wordt vastgesteld op
- 20,00 EUR voor een aanmaning verzonden per aangetekende zending.
- 20,00 EUR voor een dwangbevel krachtens artikel 177 van het decreet lokaal bestuur.
§2 Het bedrag vermeld in §1 van dit artikel wordt jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%
Art.3: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht alsook de bekendmaking zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.