De gemeenteraad vergadert regelmatig en in vereist getal, ingevolge de bijeenroeping door het college van burgemeester en schepenen.
De voorzitter opent de zitting op 15/01/2026 om 20:02.
De gemeenteraad, in zitting van 15/01/2026.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- verslag GR
Enig artikel: de notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad van 11/12/2025 goed te keuren.
De gemeenteraad in zitting van 15/01/2026.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Vlaamse Ombudsdienst - Wijziging jaarlijkse bijdrage vanaf 1 juli 2026
Enig artikel: de gemeenteraad neemt kennis van:
- Vlaamse Ombudsdienst - Wijziging jaarlijkse bijdrage vanaf 1 juli 2026
De Streekvereniging Zuidrand is een intergemeentelijk samenwerkingsverband tussen de gemeenten Aartselaar, Edegem, Hove, Lint, Kontich en stad Mortsel rond erfgoed, cultuur en toerisme.
De projectvereniging heeft tot doel een geïntegreerd streekbeleid uit te bouwen. Er wordt gewerkt aan het versterken van de identiteit van de regio en het streekgevoel. Dit gebeurt door in te zetten op een waaier aan thema’s waaronder cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, bovenlokaal cultuurbeleid, recreatie en toerisme.
De doelstelling wordt onder andere verwezenlijkt door:
- gemeenschapsvormende initiatieven te stimuleren die de mogelijkheden van een afzonderlijke gemeente of stad overstijgen en hiervoor projecten op schaal van de regio ontwikkelen;
- via een gedragen streekbeleid te werken aan de uitstraling van de streek;
- het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise op bovenlokaal niveau binnen haar beleidsthema’s
- een transversale bovenlokale cultuurwerking te ontplooien die de lokale (cultuur)werking ondersteunt, aanvult en inspireert tot samenwerking
- te zorgen voor het behoud, beheer, onderzoek en duurzame ontsluiting van het onroerend (archeologisch, landschappelijk, bouwkundig) en cultureel (roerend en immaterieel) erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten en stad;
- het toerisme en de recreatie te bevorderen en mede hierdoor bij te dragen aan de verdere ontwikkeling, promotie en kwaliteitsbewaking van het toeristisch aanbod en van toerisme en recreatie in de Zuidrand in het algemeen.
Aartselaar, Boom, Edegem, Hemiksem, Hove, Lint, Kontich, Mortsel, Niel, Rumst en Schelle beslisten om samen een dossier voor een intergemeentelijke onroerend erfgoeddienst (IOED) en voor een cultureel-erfgoedconvenant in te dienen bij de Vlaamse Overheid. Met oog op het indienen van deze subsidiedossiers zullen deze elf gemeenten daarom al in 2026 deel uitmaken van de projectvereniging Streekvereniging Zuidrand.
Vanaf 2027 zal de huidige werking van IP Erfgoed Rupelstreek geïntegreerd en uitgebreid worden in de projectvereniging Streekvereniging Zuidrand en vervelt deze projectvereniging tot Streekvereniging Zuidrand-Rupelstreek.
De zes gemeentebesturen van Aartselaar, Edegem, Hove, Lint, Kontich en stad Mortsel keurden, zoals bepaald in de statuten, de toetreding van Boom, Hemiksem, Niel, Rumst en Schelle tot de projectvereniging Streekvereniging Zuidrand goed.
Artikel 9, sectie 1-3 van de statuten van de Streekvereniging Zuidrand stelt dat:
‘§ 1. De raad van bestuur bestaat uit stemgerechtigde leden en uit leden met raadgevende stem.
§ 2. De stemgerechtigde leden bestaan uit één lid van het college van burgemeester en schepenen van elke deelnemende gemeente of stad. Elk stemgerechtigd lid beschikt over slechts één stem.
Elke gemeenteraad duidt één plaatsvervanger aan, zijnde een gemeenteraadslid, verkozen op een lijst waarvan de verkozenen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. Deze plaatsvervanger kan het stemgerechtigd lid vervangen in de raad van bestuur en kan steeds aanwezig zijn. Elk stemgerechtigd lid beschikt over slechts één stem.
§ 3. Daarnaast duidt elke deelnemende overheid één afgevaardigde aan als lid met raadgevende stem. Deze afgevaardigden zijn steeds raadsleden in de deelnemende gemeenten of stad, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen. Elke deelnemende overheid duidt één plaatsvervanger aan. Deze plaatsvervanger kan het lid met raadgevende stem bij diens afwezigheid vervangen in de raad van bestuur. Deze plaatsvervanger is een raadslid, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.’
Daartoe vraagt Streekvereniging Zuidrand aan de gemeenteraad om een stemgerechtigd lid, een plaatsvervangend stemgerechtigd lid (beiden leden van het college van burgemeester en schepenen) en een raadgevend en plaatsvervangend raadgevend lid (beiden leden van de oppositie) aan te duiden.
Zij zullen worden uitgenodigd op de volgende raad van bestuur van Streekvereniging Zuidrand op woensdag 11 februari 2026 te Kontich.
Bij geheime stemming:
Stemgerechtigd lid- Tibo Roekaerts: Met 18 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 1 stem onthouden.
Plaatsvervangend stemgerechtigd lid - Peter De Ridder: Met 18 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Raadgevend lid (oppositie) - Rudy Van Rompaey 11 stemmen voor, Hans Verreyt 4 stemmen voor, 1 stem tegen, 5 stemmen onthouden.
Plaatsvervangend raadgevend lid (oppositie) - Steffen De Langhe: Met 8 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 6 stemmen onthouden.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Statuten
- Gemeenteraadsbesluit van september 2025: Goedkeuring toetreding tot projectvereniging Streekvereniging Zuidrand.
Bij geheime stemming:
Stemgerechtigd lid- Tibo Roekaerts: Met 18 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 1 stem onthouden.
Plaatsvervangend stemgerechtigd lid - Peter De Ridder: Met 18 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Raadgevend lid (oppositie) - Rudy Van Rompaey 11 stemmen voor, Hans Verreyt 4 stemmen voor, 1 stem tegen, 5 stemmen onthouden.
Plaatsvervangend raadgevend lid (oppositie) - Steffen De Langhe: Met 8 stemmen voor, 7 stemmen tegen, 6 stemmen onthouden.
Enig artikel: De gemeenteraad duidt volgende personen aan als lid van de Raad van Bestuur van de projectvereniging Streekvereniging Zuidrand:
Tibo Roekaerts als stemgerechtigd lid;
Peter De Ridder als plaatsvervangend stemgerechtigd lid;
Rudy Van Rompaey als raadgevend lid (raadslid van de oppositie);
Steffen De Langhe als plaatsvervangend raadgevend lid (raadslid van de oppositie).
Momenteel bestaan er verschillende reglementen m.b.t. de begraafplaats:
- het huishoudelijk reglement op de begraafplaats
- het reglement op het burgerlijk erepark
- Titel II in Hoofdstuk V uit deel B van het gemeentelijk politiereglement (GPV) Boom
Deze reglementen zijn verouderd en niet meer in overeenstemming met de wetgeving.
Ter vervanging van de verschillende bestaande reglementen werd een nieuw reglement op de begraafplaatsen opgemaakt dat in overeenstemming is met de huidige regelgevingen en waarin alle bestaande reglementen werden gebundeld.
Daarnaast werden o.a. volgende zaken aangepast / toegevoegd:
- aanduiding speciale parken
- oprichting van een sterretjesweide en urnenpaddenstoel
- kosteloze concessies kinderbegraafplaats
- aanpassing van de concessietermijnen: hernieuwingen 10, 20 of 25 jaar
- verduidelijking begrip inwoner en niet-inwoner: versoepeling voorwaarden
- mogelijkheid om de urne van één of meerdere gezelschapsdieren bij te zetten
- retroactieve thuisbewaring van de urne
- invoering termijn naamplaatje herinneringszuil aan strooiweide
- verduidelijking verlenging / hernieuwing van concessies en vroegtijdige beëindiging van concessies
- bij omzetting van een begraving of bijzetting in gewone lijn naar een concessie, zullen de stoffelijke resten ontgraven worden en herbegraven worden op een geconcedeerd perceel
BETREFT HET EEN SAMENWERKING MET EEN EXTERNE PARTIJ WAARBIJ PERSOONSGEGEVENS WORDEN UITGEWISSELD? NEEN
Advies of inbreng vereist van andere diensten: NEEN
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum (financieel advies) van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Wet van 20/07/1971 op de begraafplaatsen en lijkbezorging, gewijzigd bij de wetten van 04/07/1973, 10/01/1980, 28/12/1989, 20/09/1998 en 08/02/2001;
- Het decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
- Het besluit van 14/05/2004 van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria;
- Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 oktober 2005 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden
- Omzendbrief BA-2006/03 van 10/03/2006 betreffende de toepassing van het decreet en de uitvoeringsbesluiten;
- Decreet van 28 maart 2014 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging in verband met begraving of crematie van levenloos geboren kinderen
- Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 - 20/09/2024 over de toepassing van het decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan
- Gemeentelijk reglement op de begraafplaats
- Reglement op het burgerlijk erepark
- Huishoudelijk reglement op de gemeentelijke begraafplaats
- Codex begraafplaats
Enig artikel: De gemeenteraad keurt het Gemeentelijk reglement op de begraafplaats goed.
Om betere voorwaarden te krijgen voor telefonie- en datacommunicatielijnen kunnen we via Agentschap facilitair bedrijf van de Vlaamse overheid toetreden tot perceel 1 van het raamcontract voor telecommunicatiediensten.
Financiële weerslag van toepassing : NEEN
Visum van toepassing : NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Toetredingsovereenkomst telecommunicatiecontracten.
Enig artikel : De gemeenteraad verdaagt de beslissing om toe te treden tot het raamcontract telecommunicatiediensten van het Agentschap Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid, perceel 1 – vaste telefonie, datacommunicatie en marketingnummers naar de volgende gemeenteraad.
Gelet op de wetswijzigingen in de camerawetgeving van 25 mei 2018 dient de plaatsing van vaste camera’s op niet-besloten plaatsen conform de procedure in de nieuwe regelgeving te gebeuren. Omwille van de uniformiteit wenst de dienst organisatiebeheersing als verantwoordelijke voor de verwerking aangeduid door de gemeente de procedure toe te passen zowel voor de reeds geplaatste camera’s als voor nieuwe camera’s.
Conform de nieuwe wettelijke bepalingen legt de Verantwoordelijke voor de verwerking aan de gemeenteraad volgende stukken voor:
• de collegebeslissing tot vernieuwing en uitbreiding cameranetwerk.
• de dienst organisatiebeheersing aangeduid als verantwoordelijke van de verwerking verzoekt om het advies van de gemeenteraad om te kunnen overgaan tot het regulariseren van vaste camera’s in niet-besloten plaatsenop het grondgebied van de gemeente.
Regelgeving bevoegdheid:
De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet
lokaal bestuur.
Argumentatie
Het lokaal bestuur bezit reeds vele jaren een cameranetwerk in en aan de gebouwen op de campus OCMW. Naar aanleiding van enkele voorvallen op de campus gemeentehuis en magazijnen is er beslist om ook hier camera's te plaatsen en het bestaande netwerk te vernieuwen.
Aldus ontvangt de gemeenteraad het verzoek van de dienst organisatiebeheersing als verantwoordelijke van de verwerking om haar advies te verlenen over de plaatsing van vaste camera’s in en aan de gebouwen van het lokaal bestuur. De dienst organisatiebeheersing als verantwoordelijke voor de verwerking heeft hiertoe zijn dossier aan de gemeenteraad voorgelegd.
De gemeenteraad neemt er kennis van dat zij bij een gunstig advies over de plaatsing van de camera’s verplicht is de nodige waarschuwingen in de buurt
aan te brengen opdat de burger geïnformeerd is over het cameratoezicht op de plaatsen die hij betreedt. Eveneens met het oog op het informeren van de burger dient zij het cameragebruik te communiceren via verschillende media.
De aanwezigheid van bewakingscamera’s op het grondgebied zal toelaten om de volgende lokale doeleinden te bereiken:
- misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen, vast te stellen of op te sporen,
- overlast te voorkomen, vast te stellen of op te sporen,
- de openbare orde te handhaven.
Om die redenen wordt de gemeenteraad verzocht een positief advies te geven over de betrokken niet-besloten plaats(en), de perimeter en de geldigheidsduur van de plaatsing.
Geen
Beslissing CBS vernieuwing en uitbreiding cameranetwerk
Camerabeleid
Overzicht camera's
Art. 1: De gemeenteraad verdaagt de beslissing tot het verlenen van positief advies over de plaatsing en het gebruik van vaste bewakingscamera’s op niet-besloten plaatsen voor onbepaalde tijd.
De camera’s zijn geplaatst op de in bijlage vermelde locaties.
Art. 2: De gemeenteraad verdaagt de beslissing om onderhavig besluit ter kennisname over te maken aan de bevoegde verantwoordelijke voor de verwerking, zijnde de dienst organisatiebeheersing.
Bijgevolg wordt ook de aanmelding van de bewakingscamera’s bij de bevoegde politiediensten, evenals het plaatsen van de wettelijk vereiste pictogrammen en het bijhouden van het wettelijk voorziene register van de beeldverwerkingsactiviteiten, verdaagd.
Art. 3: De gemeenteraad verdaagt de beslissing tot bekendmaking van dit besluit overeenkomstig de bepalingen van het decreet lokaal bestuur en artikel 25/4, §4 van de wet op het politieambt.
Inetum heeft in 2025 gunning van een nieuw raamcontract verkregen van Stad Brugge waarop ook andere lokale besturen kunnen aansluiten.
Stad Brugge fungeert hierbij ook als aankoopcentrale voor een groot aantal ICT leveranciers. Op basis van onze eigen ervaring mag gesteld worden dat de prijzen op vlak van ICT hardware (servers, switches), software en licenties sterk competitief zijn.
We stellen voor om de gemeente Boom opnieuw te registreren om te kunnen aansluiten op het raamcontract.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
RC Brugge basic.pdf
Enig artikel : De gemeenteraad verdaagt de beslissing om toe te treden tot het raamcontract van de stad Brugge met Inetum naar de volgende gemeenteraad.
Het perceel kadastraal gekend te Rumst, 3de afdeling, sectie A nr.306 ) Groote Zandvelden gelegen langsheen buurtweg 13 werd eertijds geschonken aan het OCMW. Momenteel is dit in gebruik als grasland/hooiland en het is niet omheind.
Er is een pachtovereenkomst of pachtbetaling gekend, die bedraagt 157,29 €/jaar.
Het perceel kan verkocht worden als landbouwgrond.
Dit perceel is voor de gemeente Boom van geen nut en kan verkocht worden.
Door Jelle Broothaerts, landmeter-Expert werd er op 04.05.2023 een waardebepaling opgemaakt.
Het college van burgemeester en schepenen in zitting van 13.05.2024 besliste over te gaan tot de openbare verkoop en Igean werd hiervoor aangesteld.
Het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16.12.2024, nam kennis van het feit dat er zich geen kandidaat kopers tijdig hebben aangeboden en dat een mogelijke onderhandse verkoop verder samen met Igean zou onderzocht worden.
Het college van burgemeester en schepenen in zitting van 17.02.2025 besliste nog verdere informatie in te winnen.
Igean bezorgde ons op 04.02.2025 een aangepast schattingsverslag opgemaakt door Jelle Broothaerts, landmeter-expert opgesteld op 17.01.2025
De waarde werd bijgesteld omwille van het feit dat het goed verpacht is en dat de moeilijke bereikbaarheid van de grond (de buurtweg is eigenlijk te smal voor landbouwvoertuigen en de huidige gebruikers zouden de grond betreden via andere percelen die door dezelfde gebruiker bewerkt worden)
Verdere contact name met Mr. Beelen heeft geen concrete richtlijnen/advies opgeleverd.
Bij Igean hadden er zich ondertussen 4 kandidaat kopers gemeld.
Het was aangewezen het perceel onderhands te verkopen via Igean aan de geactualiseerde schattingswaarde.
Igean zou dan de 4 kandidaat kopers en de huidige pachter contacteren en ze verzoeken om een bod uit te brengen.
De eerste partij die de schattingswaarde biedt zou dan onderhand kunnen aankopen.
Het college van 22.12.2025 verwees dit dossier, voor goedkeuring van de wijze van verkoop, naar de gemeenteraad.
Het college in zitting van 22.12.2025 besliste:
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Groote zandvelden Rumst 2025
- Groote zandvelden Rumst
- Adviezen
- Pacht
Enig artikel: in te stemmen met verkoop van het perceel kadastraal gekend te Rumst, 3de afdeling, sectie A nr.306 ) Groote Zandvelden gelegen langsheen buurtweg 13 door 'herhaling van biedingen onder gesloten omslag' aan de minimumprijs van het schattingsverslag d.d. 04.02.2025.
Algemeen
Op 3 april 2025 werd een aanvraag tot omgevingsvergunning (ref. OMV/202500040/OPR) ingediend voor de bouw van meergezinswoningen en eengezinswoningen na de sloop van de bestaande gebouwen langsheen de Uitbreidingsstraat 29, 32 en 39 en meer bepaald op de percelen ten kadaster gekend onder Boom, 1ste afdeling, sectie A nr 11/L, 10/Y, 6/G4, 10/Z, 8/G, 6/V3, 6/X3, 6/X3, 11/N en 8/H. Het dossier werd op 21 augustus 2025 volledig en ontvankelijk verklaard door de gemeente.
De aanvraag betreft het oprichten van een hedendaags sociaal woonproject ter vervanging van de bestaande appartementen. Sociale huisvestingsmaatschappij ‘Goed wonen Rupelstreek’ wenst dit project te realiseren. Het project omvat 83 wooneenheden verspreid over 5 bouwblokken. De blokken 1 en 2 omvatten grondgebonden woningen en tellen respectievelijk 7 en 4 woningen. Bij elke grondgebonden woning wordt een tuinberging voorzien, met aansluitende ruimte voor het stallen van enkele fietsen. Gebouwblok 3 en 4 omvat respectievelijk 25 en 18 appartementen. Om de aansluiting met de grondgebonden woningen zorgvuldig vorm te geven, heeft gebouwblok 3 deels 3 en deels 4 bouwlagen, terwijl gebouwblok 4 bestaat uit 4 bouwlagen (gelijkvloers + 3 bovenliggende bouwlagen). Bouwblok 5 omvat 29 appartementen, die verspreid zijn over een gelijkvloers en 4 bovenliggende verdiepingen (5 bouwlagen in totaal).
Voor de appartementen worden telkens op het gelijkvloers in het gebouw, eveneens per blok, fietsenstallingen voorzien, zodat er binnen het project voldoende ruimte is voor het stallen van fietsen. Er is in het volledige project plaats voor in totaal 96 fietsen. Verspreid doorheen het project worden 115 parkeerplaatsen voor personenwagens aangelegd, waarvan 6 parkeerplaatsen worden uitgerust voor personen met een handicap. Een aanzienlijk deel van deze parkeerplaatsen (24 in totaal) worden aangelegd in het zuiden van het projectgebied, aansluitend aan de school en staan niet (enkel) ten dienste van het residentieel programma van het project.
De omgevingsaanleg wordt overgedragen aan het openbaar domein. Hiertoe werd een wegenisdossier met rooilijnplannen aan de aanvraag toegevoegd.
Overeenkomstig artikel 31 van het Omgevingsvergunningendecreet wordt een aanvraag die de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat door de bevoegde overheid voorgelegd aan de gemeenteraad om een beslissing te nemen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
Met toepassing van artikel 12 §2 van het Gemeentewegendecreet kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de door dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeentelijk rooilijnplan dat niet in een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, neemt de gemeenteraad eerst een beslissing over het al dan niet wijzigen of opheffen van het gemeentelijk rooilijnplan, alvorens te beslissen over de goedkeuring, vermeld in artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Beschrijving van de plaats
De aanvraag is gelegen in de Uitbreidingsstraat. Deze is gelegen aan de westelijke zijde van de A12 in het noorden van de gemeente Boom. Het totale projectgebied heeft een oppervlakte van 2,92ha.
De site wordt gekenmerkt door twee appartementsgebouwen van 10 bouwlagen en een grote parking met bomen. Rondom de site treffen we langsheen de ’s Herenbaan rijwoningen van 2 bouwlagen onder hellend dak, langsheen de Uitbreidingsstraat zijn rijwoningen gesitueerd met twee bouwlagen onder plat dak. Langsheen de Antwerpsestraat zijn appartementsgebouwen aanwezig van 3 bouwlagen onder hellend dak. Aan de zuidelijke site van het projectgebied het kantoorgebouw van de sociale huisvestingsmaatschappij, de basisschool ’t Krekeltje en grootschalig appartementsgebouw van 8 bouwlagen.
In de omgeving treffen we ten noorden verschillende kleinhandelszaken zoals Lidl, Delhaize en dergelijk meer. Daarnaast is de site goed ontsloten door het openbaar vervoer op de Antwerpsestraat. De site sluit ook aan op het dragen verkeersnetwerk met de A12.
Het projectgebied is gelegen binnen het vastgesteld bouwkundig erfgoed ‘woonwijk Kruiskenslei’. Het betreft een masterplan van de hand van Braem in samenwerking met Juul Van Camp en Paul Van de Velde.
Beschrijving van de aanvraag
De aanvraag omvat het bouwrijp maken van het terrein en de realisatie van het project Braempark met de realisatie van de gebouwen en de omgevingsaanleg.
Om de werken voor te bereiden dienen de twee bestaande vrijstaande appartementsgebouwen gesloopt te worden. Deze bevatten beiden 76 wooneenheden en zijn 10 bouwlagen hoog. Er is één ondergrondse bouwlaag aanwezig. Ze hebben elk een bruto bruikbare oppervlakte van 7.085m² en een bouwvolume van 18.900m³. Daarnaast wordt de bestaande fietsenstalling gesloopt, worden de verhardingen gesloopt en worden 87 bomen gerooid.
In het nieuw project worden vijf gebouwenblokken opgericht.
Blok 1A bestaat uit vier grondgebonden woningen van 2 bouwlagen met een zadeldak. De woning heeft 4 slaapkamers. Deze woningen zijn gesitueerd langsheen de ’s Herenbaan en ontsluiten via de ’s Herenbaan. De woningen hebben een eigen tuin. In deze tuinen worden bergingen voorzien de gekoppeld worden.
Blok 1B bestaat uit drie grondgebonden woningen van 2 bouwlagen met plat dak. Deze woningen bevinden zich aan de achterzijde van blok 1A en tegen de Uitbreidingsstraat. Ze hebben elke een eigen tuin.
Blok 1A en 1B wordt uitgevoerd in rode baksteen in klezoren- of tegelverband. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in gemoffeld aluminium in het kleur afgestemd op de gevelsteen.
Blok 2 richt zich eveneens naar de ’s Herenbaan en bestaat uit 4 grondgebonden woningen. Deze hebben een gabarit van twee bouwlagen onder hellend dak. Ze beschikken over drie slaapkamers en een eigen tuin. In deze tuinen worden bergingen voorzien de gekoppeld worden.
Blok 2 wordt uitgevoerd in rode baksteen in klezoren- of tegelverband. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in gemoffeld aluminium in het kleur afgestemd op de gevelsteen.
Blok 3 wordt ten zuiden van blok 2 opgericht aan de achterzijde van de woningen langsheen de Antwerpsestraat. Deze blok bestaat in totaal uit 25 appartementen. Dit in een gebouw met 3 bouwlagen of 4 bouwlagen onder plat dak. De kroonlijsthoogte bedraagt 12,63m. Het volume van de blok bestaat uit drie losstaande delen waarvan het zuidelijke deel 4 bouwlagen telt. Deze blokken worden met passerellen op de verschillende verdiepen met elkaar verbonden. Van de 25 appartementen zijn er 10 met 2 slaapkamers en 15 met 1 slaapkamer. De woningen op de gelijkvloerse verdieping hebben een private tuin voor de andere woningen is een terras voorzien.
Het gebouw wordt opgetrokken uit baksteen metselwerk. Het betreft een combinatie van witte en rode bakstenen in Klezoren of tegelverband. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in gemoffeld aluminium in een gelijkaardige kleur als de gevelsteen. Gevelaccenten worden uitgevoerd in rode of grijze beton.
Blok 4 wordt naast blok 3 verder zuidelijk opgericht. Deze bestaat uit twee blokken die met elkaar verbonden zijn. Dit blok heeft een hoogte van 4 bouwlagen met een kroonlijsthoogte van 12,63m. Het gebouw bestaat uit 2 delen die met elkaar verbonden worden met een passerel. Het gebouw bestaat uit 19 appartementen waarvan 8 met twee slaapkamers en 11 met 1 slaapkamer. De woningen op de gelijkvloerse verdieping hebben een private tuin voor de andere woningen is een terras voorzien.
Het gebouw wordt opgetrokken uit baksteen metselwerk. Het betreft een combinatie van witte en rode bakstenen in Klezoren of tegelverband. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in gemoffeld aluminium in een gelijkaardige kleur als de gevelsteen. Gevelaccenten worden uitgevoerd in rode of grijze beton.
Blok 5 wordt aan de zuidelijke zijde van het projectgebied gerealiseerd. Deze blok bestaat uit 29 appartementen. Het bouw heeft een bouwhoogte van 5 bouwlagen met een kroonlijsthoogte van 15,69m. Het gebouw bestaat uit twee delen dat door middel van een passerel verbonden is. Het gebouw bevat 29 woningen waarvan 5 met 3 slaapkamers, 19 met 2 slaapkamers en 5 met 1 slaapkamer. De woningen op de gelijkvloerse verdieping hebben een private tuin voor de andere woningen is een terras voorzien.
Het gebouw wordt opgetrokken uit baksteen metselwerk. Het betreft een combinatie van witte en rode bakstenen in Klezoren of tegelverband. Het buitenschrijnwerk wordt uitgevoerd in gemoffeld aluminium in een gelijkaardige kleur als de gevelsteen. Gevelaccenten worden uitgevoerd in rode of grijze beton.
De platte daken worden met groendaken ingericht en voorzien van zonnepanelen.
Parkeren
Voor de bewoners en bezoekers worden er parkeerplaatsen aangelegd. Het betreft 27 private parkeerplaatsen en 64 publieke parkeerplaatsen. Het kantoor van de sociale huisvestingsmaatschappij krijgt tevens een nieuwe parking van 19 plaatsen voor werknemers en 5 voor bezoekers. Ook in de Uitbreidingsstraat worden 12 parkeerplaatsen aangelegd ter vervanging van het bestaande straatparkeren. Er worden 6 plaatsen voor mindervaliden voorzien.
Verspreid over de blokken worden ook fietsparkeerplaatsen voorzien. Voor blok 1 betreft het 4 fietsparkeerplaatsen in de tuinberging per woningen. Dit principe geldt ook voor blok 2. Blok 3 bevat 20 fietsparkeerplaatsen binnen en 44 buiten, blok 4 20 binnen en 26 buiten en blok 5 25 binnen en 62 buiten.
Verder wordt een hoogspanningscabine ter hoogte van blok 5 voorzien.
Hemel- en afvalwater
Er wordt voor het hemelwater maximaal ingezet op hergebruik en op het overstromingsveilig realiseren van de woningen.
Bij blok 1 wordt er per woning een hemelwaterput voorzien van 5m³. Deze vangen het hemelwater op van de daken. Het hergebruik wordt ingezet voor sanitair, uitgietbak en een aftapkraantje in de tuin.
Het hemelwater van de tuinberging en de overloop van de hemelwaterputten worden aangesloten op een wadi met een oppervlakte van 22,95m² en een volume van 8.458l. Deze loopt vervolgens over in de collectieve waterstructuur.
De verhardingen bij de woningen zoals terrassen en verharding bij de tuinbergingen stromen af naar groen. De verharding in de voortuinen stromen af naar het openbaar domein of naar het groen.
Bij blok 2 wordt er per woning eveneens een hemelwaterput voorzien van 5m³. Deze vangen het hemelwater op van de daken. Het hergebruik wordt ingezet voor sanitair, uitgietbak en een aftapkraantje in de tuin. Het hemelwater van de tuinberging en de overloop van de hemelwaterputten worden aangesloten op een wadi met een oppervlakte van 22,3m² en een volume van 6.160. Deze loopt vervolgens over in de collectieve waterstructuur.
De verhardingen bij de woningen zoals terrassen en verharding bij de tuinbergingen stromen af naar groen. De verharding in de voortuinen stromen af naar het openbaar domein. De private parkeerplaatsen in het zuiden worden uitgevoerd in grasdallen of voor de mindervaliden parkeerplaatsen naar het aanpalende groen.
Het afvalwater van blok 1 en 2 wordt opgevangen in individuele septische putten waarin zowel het grijs als zwart water terecht komt. Deze putten hebben elk een volume van 2m³.
Bij blok 3 worden de daken uitgevoerd met groendaken. Deze worden aangesloten op 3 regenwaterputten van 30m³, 23m³ en 32m³. Deze worden ingezet voor sanitair en een uitgietbak. De overloop van deze regenwaterputten wordt aangesloten samen met het dak van de fietsenbergingen op twee wadi’s. Wadi 1 heeft een infiltratieoppervlakte van 7m² en een buffervolume van 1800l. Wadi 2 heeft een infiltratieoppervlakte van 21.9m² en een buffervolume van 5000l.
De verhardingen op het private domein rondom blok 3 wateren af naar omliggend groen. Dit met uitzondering van de verhardingen aan de voorzijde die aansluiten op het openbaar domein waarbij deze werden meegerekend in de verhardingsoppervlakten van het openbaar domein.
Het grijs water van de woningen wordt aangesloten op een waterzuiveringsinstallatie die het grijs water zuivert zodat het voor laagwaardige toepassingen, zoals het spoelen van toiletten, hergebruikt kan worden. Het zwart water wordt opgevangen in een septische put van 17.500l die overstroomt naar de openbare riolering.
Bij blok 4 worden de daken uitgevoerd met groendaken. Deze worden aangesloten op drie regenwaterputten met een volume van 2 keer 10.3m³ en één van 32m³. Deze worden ingezet voor sanitair en een uitgietbak. De overloop van deze regenwaterputten wordt aangesloten samen met het dak van de fietsenbergingen op een wadi met een infiltratieoppervlakte van 23.22m² en een buffervolume van 6.086l. Deze loopt over naar de openbare riolering.
De verhardingen op het private domein rondom blok 4 wateren af naar omliggend groen. Dit met uitzondering van de verhardingen aan de voorzijde die aansluiten op het openbaar domein waarbij deze werden meegerekend in de verhardingsoppervlakten van het openbaar domein.
Het grijs water van de woningen wordt aangesloten op een waterzuiveringsinstallatie die het grijs water zuivert zodat het voor laagwaardige toepassingen, zoals het spoelen van toiletten, hergebruikt kan worden. Het zwart water wordt opgevangen in een septische put van 13.100l die overstroomt naar de openbare riolering.
Bij blok 5 worden de daken uitgevoerd met groendaken. Deze worden aangesloten op drie regenwaterputten met een volume van 29,5m³, 20m³ en 20m³. Deze worden ingezet voor sanitair en een uitgietbak. De overloop van deze regenwaterputten wordt aangesloten samen met het dak van de fietsenbergingen op twee wadi’s. Deze hebben respectievelijk een infiltratieoppervlakte van 7,22m² en 9,87m² en een buffervolume van 1.737l en 2.438l. Deze loopt over naar de openbare riolering.
De verhardingen op het private domein rondom blok 5 wateren af naar omliggend groen. Dit met uitzondering van de verhardingen aan de voorzijde die aansluiten op het openbaar domein waarbij deze werden meegerekend in de verhardingsoppervlakten van het openbaar domein.
Het grijs water van de woningen wordt aangesloten op twee waterzuiveringsinstallaties die het grijs water zuivert zodat het voor laagwaardige toepassingen, zoals het spoelen van toiletten, hergebruikt kan worden. Het zwart water wordt opgevangen in een septische put van 16.200l die overstroomt naar de openbare riolering.
De openbare riolering vangt in een gescheiden stelsel het hemelwater en het afvalwater op. Het afvalwater wordt gravitair aangesloten op het bestaande rioleringsnet en stroomt naar de gemeentelijke waterzuivering. Deze sluit enerzijds aan op de riolering in de Uitbreidingsstraat en anderzijds op de riolering in de ’s Herenbaan.
Het hemelwater wordt aangesloten op 4 wadi’s. Voor de dimensionering van dit hemelwatersysteem wordt rekening gehouden met een verharde oppervlakte van 3.302m², 2x80m² voor de kavels van de meergezinswoningen en 24 keer 80m² voor de loten van de eengezinswoningen. De infiltratieproeven tonen aan de infiltratie niet mogelijk is waardoor gewerkt wordt met buffer en vertraagde afvoer. Daarom wordt buffering voorzien aan 430m³ per hectare met een maximale lozing van 5l per seconde per hectare. Daarbij wordt een infiltratieoppervlakte van 8% voorzien. Voor deze totale oppervlakte van 5.382m² komt dit neer op een noodzakelijke buffer van 231m³ en een infiltratieoppervlakte van 430m². Daarnaast wordt de ingenomen ruimte voor water, gezien de ligging in overstromingsgevoelig gebied, gecompenseerd.
Het betreft voor een zone van zo’n 2500m² met een gemiddelde waterdiepte van 16cm zo’n 475m³. in totaal dient bijgevolg een buffer met vertraagde lozing van 706m³ voorzien te worden. Deze worden voorzien boven de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand.
Wadi 1a: 49,63 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 1b: 32,15 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 2: 43,06 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 3: 263,01 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 4: 253,19 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Comp. PLU: 95 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Al deze wadi’s zijn op elkaar aangesloten. Het is ter hoogte van de wadi 1B dat een overloop naar de rioleringen in de Uitbreidingsstraat voorzien wordt. Dit zal fungeren als een noodoverloop.
Verharding & Groen
Tussen de nieuwe blokken wordt een zo groen mogelijke ruimte voorzien. Dit wordt gerealiseerd door de circulatie aan de buitenzijden van het projectgebied te realiseren zodat een blauw-groen structuur centraal komt te liggen. Deze structuur bevat de wadi’s maar ook de circulatie voor de zwakke weggebruiker.
In deze ruimte worden verschillende speelzones en rustplaatsen ingericht. Dit om de sociale werking van deze nieuwe openbare ruimte op te laden.
De groene inrichting gebeurt met een gevarieerd groenbeeld. Zo worden zo’n 11 soorten inheemse bomen voorzien, zo’n 7 soorten inheemse struiken, bosgoed voor de aanleg van massieven, vaste planten, siergrassen en soorten waterplanten voor de inrichting van de wadi’s. Deze variatie en het feit dat het voornamelijk inheemse soorten betreffen zorgt voor de bio-diverse aanleg.
Reliëf
Om overstromingsveilig te kunnen bouwen wordt de vloerpas van de verschillende gebouwen gerealiseerd op 14,30m TAW, 14,35m TAW of 14,40m TAW. Dit betreft een ophoging ter hoogte van de gebouwen. Zo wordt voor blok bij het maaiveld gewijzigd van 13.77m TAW tot 14.40m TAW (niveau vloerpas). Ook de aansluitingen rondom worden aangepast om aansluiting te vinden bij deze nieuwe vloerpeilen.
Rooilijn
De ruimte tussen de verschillende bouwblokken zal naar het openbaar domein overgedragen worden. De bestaande rooilijn wordt daarbij gewijzigd. Zo wordt deze groene invulling van de ruimte samen met de publiek parkeerplaatsen en de ontsluitingswegen en paden deel van het openbaar domein. De private parkeerplaatsen, de bouwblokken en bijhorende private buitenruimte, de groene ruimte rondom de kantoren van Woonkade en schoolomgeving worden private ruimtes.
Naast de functies van dit domein in het parkeerverhaal en de hemelwaterproblematiek is de groen ruimte een ontmoetingsplaats waar er ruimte voor spel, beleving en verblijf voorzien is. Er worden ook twee afvalstraten voorzien.
Fasering
Voor de realisatie van het voorliggend project wordt een gefaseerd aanpak uitgerold. In eerste fase worden de bouwblokken 4 en 5 gerealiseerd. Hierbij wordt een deel van de bestaande parking ingenomen, maar dienen geen andere sloopwerken uitgevoerd te worden. Eenmaal deze twee bouwblokken gerealiseerd zijn, worden de twee bestaande gebouw aan de ’s Herenbaan gesloopt, waarna ook de blokken 1, 2 en 3 gerealiseerd kunnen worden. Gelijktijdig en aansluitend worden ook de omgevingsaanleg afgewerkt.
Wijzigingsverzoek
Naar aanleiding van de adviezen werd een gewijzigde projectinhoudversie overgemaakt (PIV 6) waarin een aantal wijzigingen werden opgenomen die betrekking hebben op het hemelwatersysteem.
Het compensatievolume werd opgetrokken tot 4.500m³ aangezien de gemiddelde waterdiepte 20cm betreft en geen 19 cm. Om dit bijkomende compensatievolume te integreren in het plan werden volgende maatregelen genomen:
- Het overstortpeil werd met 5cm verhoogd.
- Er werd bijkomende waterdoorlatende verharding voorzien in de parkeerhavens.
- Er werden twee bijkomende overstromingszones voorzien.
Om nog steeds overstromingsveilig te kunnen bouwen gezien het verhogen van het overstortpeil werd de wegenis die op minder dan 15cm boven het overstortpeil gelegen was verhoogd.
Het overzicht van de wadi’s in het openbaar domein betreft bijgevolg:
Wadi 1a: 55m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 1b: 37 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 2: 48 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 3: 311 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Wadi 4: 289 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Comp. PLU: 391 m³ boven gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (gerekend met 13.55 TAW)
Daarnaast zijn er ook hemelwaterputten en wadi’s aanwezig bij de verschillende bouwblokken:
Blok 1a: 5m³ hemelwaterput per woning en één wadi met een buffervolume van 8,4m³ en een infiltratieoppervlakte van 31,49m².
Blok 2: 5m³ hemelwaterput per woning en één wadi met een buffervolume van 6m³ en een infiltratieoppervlakte van 25,52m².
Blok 3: 85m³ hemelwaterputten en twee wadi’s met een totaal buffervolume van 6,8m³ met een infiltratieoppervlakte van 28,09m³.
Blok 4: 54,§m³ hemelwaterputten en één wadi met een totaal buffervolume van 6,086m³ met een infiltratieoppervlakte van 23,22m³.
Blok 5: 70m³ hemelwaterputten en twee wadi’s met een totaal buffervolume van 3,1m³ met een infiltratieoppervlakte van 716,99m².
Het wervelventiel van buffer 2 werd weggelaten.
Het hergebruik werd beperkt in lijn met de adviezen waarbij deze afzonderlijk werden opgenomen in het Sirio model.
Tot slot werden bijkomende technische profielen toegevoegd.
Verordening hemelwater
De gewestelijke stedenbouwkundige verordening is van toepassing op de aanvraag. Voor de beoordeling van de toepassing van deze verordening wordt verwezen naar de bespreking van de adviezen van de dienst integraal waterbeheer van de provincie Antwerpen. De conclusie hiervan luidt als volgt:
Ongunstig, aangezien het schadelijk effect niet kan worden voorkomen of beperkt door het opleggen van voorwaarden, waardoor de aanvraag niet verenigbaar is met het watersysteem en art. 1.2.2 van het decreet integraal waterbeleid.
De modellen zijn in de huidige vorm verkeerd opgebouwd en kunnen dus niet gebruikt worden om het project te onderbouwen. Dit moet worden rechtgezet. Daarnaast zijn er verschillende optimalisaties mogelijk om de afvoer te beperken.
Naar aanleiding van het wijzigingsverzoek werd een aangepast advies gevraagd. Dit aangepaste advies betreft een voorwaardelijk gunstig advies. Voor een gedetailleerde beschrijving van het advies verwijzen we naar het overzicht van de adviezen.
Conform artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet komt het toe aan de gemeenteraad om een besluit te nemen over de zaak van de wegen.
De gemeenteraad dient zich te beperken tot de aspecten die betrekking hebben op de zaak van de wegen, zonder uitspraak te doen omtrent de conformiteit van de aanvraag met de stedenbouwkundige beoordelingselementen en de goede ruimtelijk ordening.
Het Gemeentewegendecreet heeft – volgens artikel 3 van dit decreet - tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
In uitvoering van artikel 4 van het Gemeentewegendecreet dient bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet minimaal rekening te worden gehouden met de volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
De afwegingen met betrekking tot bovenstaande principes zijn opgenomen onder titel “motivatie inzake de zaak der wegen” (zie verder).
Adviezen
Gemeentelijke dienst Inbraakpreventie
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de gemeentelijke dienst Inbraakpreventie. Op 7/10/2025 werd door de gemeentelijke dienst Inbraakpreventie een voorwaardelijk gunstig advies uitgebracht met volgende voorwaarden:
Aangezien het advies veel voorwaarden omvat en belangrijk is om het volledig door te nemen is het niet mogelijk hier een samenvatting te schrijven. Aangeraden wordt om het volledige advies door te nemen en hiermee rekening te houden om toekomstige problemen inzake overlast voor te zijn.
Gemeentelijke dienst Mobiliteit
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de gemeentelijke dienst Mobiliteit. Op 15/10/2025 werd door de gemeentelijke dienst Mobiliteit een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd met volgende voorwaarden:
- Er dienen voldoende publieke parkeerplaatsen voor mensen met een beperking aangelegd te worden (6%)
- Er moet een duidelijk onderscheid zijn tussen de publieke en private parkeerplaatsen
- Men dient te voorkomen dat er voertuigen van bewoners of bezoekers op de brandwegen kunnen rijden door bv het plaatsen van paaltjes.
Gemeentelijke dienst openbare werken
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de gemeentelijke dienst Openbare Werken. Er werd geen advies ontvangen.
Agentschap Wegen en Verkeer
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan het Agentschap Wegen en Verkeer. Op 2/10/2025 werd door het agentschap Wegen en Verkeer een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd met volgende voorwaarden:
Het Agentschap Wegen en Verkeer adviseert GUNSTIG betreffende de voorliggende aanvraag gezien de aanvraag in overeenstemming is met hoger vermelde inlichtingen en beperkingen.
Bij de uitvoering van de vergunning dient de aanvrager rekening te houden met de hierna omschreven
aandachtspunten.
Hulpverleningszone Rivierenland
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de hulpverleningszone Rivierenland. Op 9/09/2025 werd door de hulpverleningszone Rivierenland een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd met volgende voorwaarden:
Gunstig mits naleving van de voorwaarden opgenomen in het verslag
Het aanvraagdossier voldoet niet aan alle brandveiligheidsmaatregelen.
De brandweer verleent een gunstig advies mits rekening wordt gehouden met de bemerkingen uit dit verslag en de nodige aanpassingen hieromtrent worden gedaan.
Bij eventuele wijzigingen die invloed kunnen hebben op de brandveiligheid dient de brandweerdienst telkens opnieuw te worden geraadpleegd.
IOED Erfgoed Rupelstreek
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de intergemeentelijke erfgoed dienst Erfgoed Rupelstreek. Op 10/10/2025 werd door de IOED Erfgoed Rupelstreek een voorwaardelijk gunstig advies afgeleverd met volgende voorwaarden:
Voor de sloop van beide blokken stelt de IOED volgende voorwaarden:
- De IOED vraagt bijkomende motivering en argumentering bij de niet meer renoveerbare toestand van beide woonblokken en de inpandige appartementen. De bijgevoegde tekst en foto’s laten op dit moment aan de IOED niet voldoende duidelijk zien dat dit het geval is.
- De IOED vaagt een degelijke en uitgebreide documentatie vóór en bij sloop.
- De IOED vraagt ook meer toelichting bij hoe de nieuw te bouwen volumes volledig zullen passen in de in de filosofie van Braem, Van Camp & Van de Velde (komt nu niet zo duidelijk uit de verklarende nota).
Fluxys Belgium
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan Fluxys Belgium. Op 27/08/2025 werd door Fluxys Belgium een voorwaardelijk gunstig advies verleend met volgende voorwaarden:
Wij kunnen een gunstig advies verstrekken op bovenvermelde aanvraag op voorwaarde dat de specifieke voorschriften en veiligheidsmaatregelen nageleefd worden.
De bepalingen opgenomen in volgende documenten dienen gerespecteerd te worden en maken integraal deel uit van deze brief :
- de lijst van de aardgasvervoersinstallaties in de nabijheid van de aangekondigde werken en de lijst van de bijgevoegde plannen
- de wettelijke erfdienstbaarheden
- de voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven bij werken uitgevoerd in de nabijheid van de vervoersinstallaties van Fluxys Belgium
- de specifieke voorschriften en veiligheidsmaatregelen na te leven in het kader van uw aanvraag
Pidpa, drinkwater
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan het Pidpa, drinkwater. Op 25/08/2025 werd door Pidpa, drinkwater een voorwaardelijk gunstig advies verleend met volgende voorwaarden:
De ontwikkeling is niet aansluitbaar op ons bestaande drinkwaternet. Er is een uitbreiding noodzakelijk.
Er werd een dossier opgestart. Hierin zit enkel de uitbreiding van het drinkwaternet met een leiding diameter 90 mm vervat. Indien een grotere diameter noodzakelijk blijkt, zal dit een impact hebben op de offerteprijs. In voorkomend geval, vragen wij u deze te bezorgen aan infra@pidpa.be zodat de offerte kan worden aangepast en wij indien nodig een capaciteitsberekening kunnen uitvoeren. Gelieve in het onderwerp van uw e-mail het adres van de ontwikkeling, het archiefnummer en de OMV referentie te vermelden.
Dit dossier creëert een herindeling van het openbaar domein. Hierdoor ontstaan er conflicten tussen de nieuwe gebouwen en de bestaande nutsinfrastructuur.
De offerte houdt geen rekening met de gefaseerde uitvoering van dit project, wegens onvoldoende afstemming tijdens de coördinatievergadering(en). Deze gefaseerde uitvoering kan hogere kosten met zich meebrengen.
Om een verkoopbaarheidsattest van de gemeente te kunnen verkrijgen, dient de offerte volledig betaald te zijn. De uitvoering kan ten vroegste 6 maanden na de betaling aanvangen, na de nodige coördinatievergaderingen.
Vanaf het ontvangen van de vergunning kan een aanvraagdossier voor een nieuwe drinkwateraansluiting opgestart worden via https://www.pidpa.be/ons-aanbod/drinkwater/nieuwe-aansluiting.
Op basis van de aangeleverde gegevens zal een offerte met bijhorende administratieve en technische voorwaarden worden opgemaakt.
Voor specifieke vragen kan er contact worden opgenomen met Pidpa via raming@klant.pidpa.be. Gelieve in het onderwerp van uw e-mail het adres van de ontwikkeling, het archiefnummer en de OMV referentie te vermelden.
Pidpa, riolering
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan het Pidpa, riolering. Op 25/08/2025 werd door Pidpa, riolering een voorwaardelijk gunstig advies verleend met volgende voorwaarden:
MET BETREKKING TOT DE AANLEG VAN NIEUWE WEGENIS EN RIOLERING
2.b. Specifieke voorwaarden:
- De DWA-afvoer en de RWA-afvoer worden aangesloten te worden op de gemengde riolering langsheen de ’s Herenbaan, de Uitbreidingsstraat en de Antwerpsestraat.
- Het is steeds toegestaan de RWA volledig te laten infiltreren op eigen terrein indien het grondwaterniveau en de infiltratiecapaciteit van de bodem dit toelaten.
- Alle huisaansluitputjes RWA worden aangesloten op een infiltratievoorziening op verkavelingsniveau met min. 231.426 liter (effectief 736.040 liter) infiltratievolume en min. 269,10 m² (effectief onbekend) infiltratie oppervlakte.
- Er dient een debietbeperking op de buffering gerealiseerd te worden tot 5 l/s/ha conform de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater.
- Met betrekking tot het ontwerp heeft Pidpa volgende opmerkingen:
o Het wervelventiel dat wordt voorzien in wadi 2 moet een te klein debiet doorlaten. Dit is technisch niet wenselijk. Deze wervel kan weggelaten worden: de buffering wordt mee gerealiseerd door de drempel in wadi 1b.
o De laagst gelegen kolken zullen op een hoger peil worden aangelegd (zijnde min. 14,15 m TAW) om 15 cm marge te behouden t.o.v. de drempelhoogte.
o Er dient een wachtaansluiting RWA te worden voorzien voor de zijtak in de Uitbreidingsstraat. Deze zit op dit moment niet in het dossier opgenomen.
o Er dienen terugslagkleppen te worden voorzien in G2 om terugstroming vanuit het gemengde stelsel in de Uitbreidingsstraat richting het gescheiden RWA-stelsel te vermijden. Er dient tevens een terugslagklep in G0 te worden voorzien om de hoge verhanglijn in het gemengde stelsel van de ’s Herenban niet te laten doortrekken in het nieuwe 2DWA-stelsel.
o De DWA-aansluiting van de gebouwen van de woonmaatschappij dient via een huisaansluiting over privaat domein te worden aangesloten. Een openbare netuitbreiding (D14-B2) is hiervoor niet wenselijk. Ook de RWA-aansluiting dient als private leiding tot aan de openbare riolering te worden gebracht.
o Wadi 3 en wadi 4 zullen in flauwe taluds worden aangelegd zodat deze in het groenbeheer van de gemeente kunnen (moeten) worden opgenomen. Wadi 1a, wadi 1b en wadi 2 zullen in beheer van Pidpa komen.
- De ontwikkelaar stelt verplicht en voor eigen rekening een erkende aannemer aan voor de riolerings- en wegeniswerken. Deze aanstelling kan pas gebeuren na voorafgaande goedkeuring door Pidpa en de betrokken gemeente. o Alle kosten voor de aanleg van de nodige rioleringsinfrastructuur (DWA, RWA, inclusief de huisaansluitputjes per lot) zijn volledig ten laste van de aanvrager.
o De uitvoering van deze werken is een voorwaarde voor het verkrijgen van een verkoopbaarheidsattest.
o Pidpa dient actief betrokken te worden bij het verdere ontwerp, de aanbesteding en de uitvoering van de riolering (coördinatievergaderingen, werfvergaderingen, …). Het volledige dossier moet opnieuw ter goedkeuring voorgelegd worden bij Pidpa vooraleer er overgegaan wordt tot uitvoering.
o De ontwikkelaar draagt alle kosten inzake beproevingen op materialen en uitgevoerde werken, zoals voorzien in de bepalingen van het SB 250.
MET BETREKKING TOT HET BOUWEN VAN 11 EENGEZINSWONINGEN EN 3 MEERGEZINSWONINGEN
2.e. Specifieke voorwaarden:
- Bij nieuwbouw of herbouw van een gebouw, bij verbouwing van een bestaand gebouw met werken aan de afwatering of bij uitbreiding van een bestaand gebouw, dat een woongelegenheid bevat, is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht.
- Bij nieuwbouw of herbouw van een gebouw, bij verbouwing van een bestaand gebouw met werken aan de afwatering of bij uitbreiding van een bestaand gebouw, met meerdere woongelegenheden is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht.
- De dakafvoeren van de tuinbergingen worden mee aangesloten op de hemelwaterput voor hergebruik, en dienen meegenomen te worden in de berekening voor het volume van de hemelwatervoorzieningen.
- Voor de delen van het dakoppervlak die voorzien zijn van een groendak, is de aansluiting op een hemelwaterput niet verplicht. Indien deze afvoeren niet worden aangesloten op een hemelwaterput dienen ze rechtstreeks aangesloten te worden op de buffer- en/of infiltratievoorziening.
- Wij stellen vast dat verschillende tuinbergingen rechtstreeks worden aangesloten op de infiltratievoorziening. Aangezien de tuinbergingen niet voorzien worden van groendak dienen de dakafvoeren mee op de hemelwaterput van de eengezinswoning/ meergezinswoning te worden aangesloten. De hemelwaterput mag vervolgens overlopen naar de infiltratievoorziening.
- Voor blok 1 en blok 2: De hemelwaterputten met een inhoud van 5.000 liter per eengezinswoning voldoen aan de GSVH.
- Voor blok 3: De hemelwaterputten met een totale inhoud van 85.000 liter (23.000 liter + 30.000 liter + 32.000 liter) voldoen aan de GSVH.
- Voor blok 4: De hemelwaterputten met een totale inhoud van 52.600 liter (2 x 10.300 liter + 1 x 32.000 liter) voldoen aan de GSVH.
- Voor blok 5: De hemelwaterputten met een totale inhoud van 69.500 liter (2 x 20.000 liter + 1 x 29.500 liter) voldoen aan de GSVH.
- De hemelwaterput dient voorzien te zijn van effectief hergebruik van regenwater. Het opgevangen hemelwater wordt maximaal gebruikt voor toepassingen waar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is, waaronder toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik voor de tuin.
- Het voorziene hergebruik voldoet niet aan de GSVH. Ook de wasmachines moeten worden aangesloten.
- De buffercapaciteit van een groendak moet, conform de GSVH, min. 50 l/m² bedragen om de horizontale dakoppervlakte voor de berekening van het volume van de buffer- en/of infiltratievoorziening te mogen halveren.
- Voor blok 1: De overloop van de hemelwaterput moet worden aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met min. 6.303 liter (effectief 8.458 liter) infiltratievolume en min. 15,28 m² (effectief 22,95 m²) infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH.
- Voor blok 2: De overloop van de hemelwaterput moet worden aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met min. 3.905 liter (effectief 6.160 liter) infiltratievolume en min. 9,47 m² (effectief 22,30 m²) infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH.
- Voor blok 3: De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met 6.800 liter infiltratievolume en 28,90 m² infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH.
- Voor blok 4: De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met 6.086 liter infiltratievolume en 23,22 m² infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH.
- Voor blok 5: De overloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met 4.175 liter infiltratievolume en 17,09 m²) infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH.
- Er moet voor gezorgd worden dat de infiltratievoorziening zich bevindt boven het grondwaterniveau.
- Waterdoorlatende verhardingen met een hellingspercentage van minder dan 2% dienen niet te worden opgenomen in de berekening voor de dimensionering van de hemelwatervoorzieningen.
- De oppervlakte van de onverharde zone dient minimaal een vierde van de afwaterende oppervlakte te bedragen.
- Appartementsterrassen dienen te worden aangesloten op het RWA-stelsel.
- Een voldoende gedimensioneerde (volgens 'waterwegwijzer bouwen en verbouwen') en goed werkende voorbehandelingsinstallatie (septische put) op de afvoer van de toiletten is aan te raden.
- Voor blok 1 en blok 2: De septische putten werden op het plan ingetekend met een volume van 2.000 liter per eengezinswoning.
- Voor blok 3: De septische put werd op het plan ingetekend met een volume van 17.500 liter.
- Voor blok 4: De septische put werd op het plan ingetekend met een volume van 13.100 liter.
- Voor blok 5: De septische put werd op het plan ingetekend met een volume van 26.200 liter.
- Eén DWA-huisaansluitputje ter hoogte van elke overgang van privéwaterafvoer naar het openbaar saneringsnetwerk is verplicht.
- Eén RWA-huisaansluitputje ter hoogte van elke overgang van privéwaterafvoer naar het openbaar netwerk is verplicht, tenzij wordt aangesloten op een gracht of een ander open hemelwaterlichaam.
- De huisaansluitputjes, de plaatsing ervan en de aansluiting(en) op de riolering zijn ten laste van de ontwikkelaar.
- Deze putjes dienen te voldoen aan de voorwaarden voor een standaard huisaansluiting: o minimaal 0,5 m en maximaal 1 m uit elkaar
o maximale diameter van 125 mm
o de bovenkant van de buis maximum 50 cm onder het maaiveld ter hoogte van de rooilijn
- De aansluitingen dienen aangevraagd te worden bij Pidpa-Riolering (www.pidpa.be).
De provinciale dienst Integraal Waterbeleid
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan het de provinciale dienst Integraal Waterbeleid. Op 10/10/2025 werd door de provinciale dienst Integraal Waterbeleid een ongunstig advies afgeleverd omwille van:
Ongunstig, aangezien het schadelijk effect niet kan worden voorkomen of beperkt door het opleggen van voorwaarden, waardoor de aanvraag niet verenigbaar is met het watersysteem en art. 1.2.2 van het decreet integraal waterbeleid.
De modellen zijn in de huidige vorm verkeerd opgebouwd en kunnen dus niet gebruikt worden om het project te onderbouwen. Dit moet worden rechtgezet. Daarnaast zijn er verschillende optimalisaties mogelijk om de afvoer te beperken.
Toegankelijk Vlaanderen
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de toegankelijk Vlaanderen. Op 27/08/2025 werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend met volgende voorwaarden:
- De picknicktafel moet op de kop onderrijdbaar zijn. Vrije hoogte onder tafel min. 70 cm , vrije diepte min. 60 cm.
- Evacuatie bij brand:
De evacuatie van personen met een beperking bij brand dient door de ontwerper besproken met de plaatselijke brandweer en worden voorzien overeenkomstig het wijzigingsbesluit van 12 juli 2012 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.
VMM - grondwater
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan de VMM - grondwater. Op 07/10/2025 werd aangegeven geen advies te verlenen. Dit met volgende motivering:
Rubriek 55.1.1°
De BEO (boorgat energieopslag) wordt aangevraagd onder rubriek 55.1.1 voor 70 putten van max. 150 m. Boringen i.k.v. thermische energieopslag in boorgaten zijn echter niet ingedeeld als ze een diepte hebben van maximaal het dieptecriterium voor rubriek 55.1 en als ze gelegen zijn buiten de beschermingszones rond een grondwaterwingebied. Deze boringen zijn gelegen buiten een beschermingszone rond een grondwaterwingebied en hebben een diepte van max. 150 m. Het dieptecriterium voor rubriek 55 bedraagt op deze locatie 150 m. Bijgevolg zijn de BEO-boringen niet ingedeeld en is R55 zonder voorwerp.
De aangevraagde boringen zijn gelegen in een actuele locatiespecifiek vastgestelde no regret zone voor PFAS. Tijdens de werkzaamheden dienen bijgevolg steeds de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te worden teneinde de risico op verontreiniging van bodem en/of grondwater maximaal te beperken, zoals bijvoorbeeld het gebruiken van een stalen casing om de bovenste lagen af te schermen en afvoer van verontreinigde boorgrond.
Rubriek 53.2.2°a)
De bemaling wordt aangevraagd onder rubriek 53.2.2°a). Het betreft een klasse 3 rubriek. Er is geen advies vereist.
WYRE
Op 21/08/2025 werd advies gevraagd aan WYRE. Op 25/08/2025 werd een voorwaardelijk gunstig advies verleend met volgende voorwaarden:
Onze studiedienst stelde vast dat er een netuitbreiding nodig is om dit project aansluitbaar te maken.
De kosten van deze uitbreiding zijn ten laste van de aanvrager. Het technisch ontwerp en de offerte kan de aanvrager verkrijgen bij:
Wyre => Coax Build Support Liersesteenweg 4 2800 Mechelen 015 89 81 10
cbs@wyre.be.
Gelieve deze aanvraag minstens 4 maanden voor oplevering van het gebouw in te dienen.
Adviezen na wijzigingsverzoek
Naar aanleiding van het wijzigingsverzoek werd op 27 november 2025 een nieuw advies gevraagd aan PIDPA – riolering en de dienst integraal waterbeleid van de provincie Antwerpen.
De provinciale dienst Integraal Waterbeleid
Op 27/11/2025 werd advies gevraagd aan het de provinciale dienst Integraal Waterbeleid. Op 18/12/2025 werd door de provinciale dienst Integraal Waterbeleid een advies afgeleverd met volgende voorwaarden:
• Er wordt maximaal ingezet op hergebruik van hemelwater.
• Er moet hergebruik worden voorzien voor de aansluiting van de wasmachines.
• Het buffersysteem wordt verder geoptimaliseerd door de peilen van de doorvoerwervels van buffer 3 en buffer 1B te verhogen van 13.60 mTAW naar 13.80 mTAW.
• De ingenomen ruimte voor water wordt gecompenseerd d.m.v. compensatiezones op de zuidelijke helft van het perceel.
Pidpa, riolering
Op 27/11/2025 werd advies gevraagd aan het Pidpa, riolering. Op 28/11/2025 werd door Pidpa, riolering een voorwaardelijk gunstig advies verleend. Er worden volgende specifieke voorwaarden opgelegd:
2. Voorwaarden:
MET BETREKKING TOT DE AANLEG VAN NIEUWE WEGENIS EN RIOLERING
2.b. Specifieke voorwaarden:
- De DWA-afvoer en de RWA-afvoer worden aangesloten te worden op de gemengde riolering langsheen de ’s Herenbaan, de Uitbreidingsstraat en de Antwerpsestraat.
- De resultaten van de infiltratieproeven werden toegevoegd aan het dossier; deze waardes bevinden zich tussen de 7,9 en de 47 l/u/100 m² ; er wordt gekozen om te bufferen i.p.v. te infiltreren.
- De gemiddelde gemeten grondwaterpeilen bevinden zich op 13.51 m TAW.
- Alle huisaansluitputjes RWA worden aangesloten op een buffervoorziening op verkavelingsniveau met min. 220.375 liter (effectief 1.131.000 liter); deze voorziening fungeert ook als compensatiemaatregel (900 m³) voor de overstromingsgevoeligheid.
- Er dient een debietbeperking op de buffering gerealiseerd te worden tot 5 l/s/ha conform de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater. Deze werd voorzien; het debiet zal worden beperkt tot max. 2,56 l/s.
- Met betrekking tot het ontwerp heeft Pidpa volgende opmerkingen: o Er dient een wachtaansluiting RWA te worden voorzien voor de zijtak in de Uitbreidingsstraat. Deze zit op dit moment niet in het dossier opgenomen.
o Er dienen terugslagkleppen te worden voorzien in G2 om terugstroming vanuit het gemengde stelsel in de Uitbreidingsstraat richting het gescheiden RWA-stelsel te vermijden. Er dient tevens een terugslagklep in G0 te worden voorzien om de hoge verhanglijn in het gemengde stelsel van de ’s Herenban niet te laten doortrekken in het nieuwe 2DWA-stelsel.
o De DWA-aansluiting van de gebouwen van de woonmaatschappij dient via een huisaansluiting over privaat domein te worden aangesloten. Een openbare netuitbreiding (D14-B2) is hiervoor niet wenselijk. Ook de RWA-aansluiting dient als private leiding tot aan de openbare riolering te worden gebracht.
o Buffer 3 en Buffer 4 zullen in flauwe taluds worden aangelegd zodat deze in het groenbeheer van de gemeente kunnen (moeten) worden opgenomen. Wadi 1a, wadi 1b en wadi 2 zullen in beheer van Pidpa komen.
- De ontwikkelaar stelt verplicht en voor eigen rekening een erkende aannemer aan voor de riolerings- en wegeniswerken. Deze aanstelling kan pas gebeuren na voorafgaande goedkeuring door Pidpa en de betrokken gemeente. o Alle kosten voor de aanleg van de nodige rioleringsinfrastructuur (DWA, RWA, inclusief de huisaansluitputjes per lot) zijn volledig ten laste van de aanvrager.
o De uitvoering van deze werken is een voorwaarde voor het verkrijgen van een verkoopbaarheidsattest.
o Pidpa dient actief betrokken te worden bij het verdere ontwerp, de aanbesteding en de uitvoering van de riolering (coördinatievergaderingen, werfvergaderingen, …). Het volledige dossier moet opnieuw ter goedkeuring voorgelegd worden bij Pidpa vooraleer er overgegaan wordt tot uitvoering.
o De ontwikkelaar draagt alle kosten inzake beproevingen op materialen en uitgevoerde werken, zoals voorzien in de bepalingen van het SB 250.
MET BETREKKING TOT HET BOUWEN VAN 11 EENGEZINSWONINGEN EN 3 MEERGEZINSWONINGEN
2.e. Specifieke voorwaarden:
- Bij nieuwbouw of herbouw van een gebouw, bij verbouwing van een bestaand gebouw met werken aan de afwatering of bij uitbreiding van een bestaand gebouw, dat een woongelegenheid bevat, is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht.
- Bij nieuwbouw of herbouw van een gebouw, bij verbouwing van een bestaand gebouw met werken aan de afwatering of bij uitbreiding van een bestaand gebouw, met meerdere woongelegenheden is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht.
- De dakafvoeren van de tuinbergingen worden mee aangesloten op de hemelwaterput voor hergebruik, en dienen meegenomen te worden in de berekening voor het volume van de hemelwatervoorzieningen.
- Voor de delen van het dakoppervlak die voorzien zijn van een groendak, is de aansluiting op een hemelwaterput niet verplicht. Indien deze afvoeren niet worden aangesloten op een hemelwaterput dienen ze rechtstreeks aangesloten te worden op de buffer- en/of infiltratievoorziening.
- De tuinbergingen zouden infiltreren in de omliggende groenzones. Deze oppervlakten werden niet meegenomen voor de berekening van de infiltratievoorzieningen. Op sommige plannen echter staan beide zaken genoteerd; een afvoer zowel als infiltratie op eigen terrein;
- Voor blok 1 en blok 2: De hemelwaterputten met een inhoud van 5.000 liter per eengezinswoning voldoen aan de GSVH.
- Voor blok 3: De hemelwaterputten met een totale inhoud van 85.000 liter (23.000 liter + 30.000 liter + 32.000 liter) voldoen aan de GSVH.
- Voor blok 4: De hemelwaterputten met een totale inhoud van 52.600 liter (2 x 10.300 liter + 1 x 32.000 liter) voldoen aan de GSVH.
- Voor blok 5: De hemelwaterputten met een totale inhoud van 70.000 liter (1 x 20.000 liter + 1 x 15.000 liter + 1 x 35.000 liter) voldoen aan de GSVH.
- De hemelwaterput dient voorzien te zijn van effectief hergebruik van regenwater. Het opgevangen hemelwater wordt maximaal gebruikt voor toepassingen waar geen drinkwaterkwaliteit voor nodig is, waaronder toiletspoeling, poetswater, wasmachine en gebruik voor de tuin.
- Het voorziene hergebruik voldoet aan de GSVH.
- De buffercapaciteit van een groendak moet, conform de GSVH, min. 50 l/m² bedragen om de horizontale dakoppervlakte voor de berekening van het volume van de buffer- en/of infiltratievoorziening te mogen halveren.
- Voor blok 1: De overloop van de hemelwaterput moet worden aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening W1.1 met min. 8.410 liter (effectief 8.417 liter) infiltratievolume en min. 20,39 m² (effectief 31,49 m²) infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH.
- Voor blok 2: De overloop van de hemelwaterputten moeten worden aangesloten op de bovengrondse infiltratievoorziening met min. 6.006 liter (effectief 6.011 liter) infiltratievolume en min. 14,56 m² (effectief 25,52 m²) infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH. Deze leidingen werden niet ingetekend op het funderings- en rioleringsplan.
- Voor blok 3: De overloop van de hemelwaterput en de dakafvoeren van de tuinbergingen moeten worden aangesloten op twee bovengrondse infiltratievoorzieningen met een totaal aan 6.800 liter infiltratievolume en 28,90 m² infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH. op de toevoer voor deze voorzieningen zitten enkel de dakafvoeren van de tuinbergingen aangesloten. Dit voldoet niet aan de GSVH. Dit dient te worden ingetekend indien er een overloop voorzien is van de hemelwaterputten.
- Voor blok 4: De overloop van de hemelwaterput en de dakafvoeren van de tuinbergingen moeten worden aangesloten op een bovengrondse infiltratievoorziening met 6.086 liter infiltratievolume en 23,22 m² infiltratie oppervlakte. Hiermee wordt voldaan aan de GSVH. op de toevoer voor deze voorzieningen zitten enkel de dakafvoeren van de tuinbergingen aangesloten. Dit voldoet niet aan de GSVH. Dit dient te worden ingetekend indien er een overloop voorzien is van de hemelwaterputten.
- Voor blok 5: De overloop van de hemelwaterputten wordt niet aangesloten op de infiltratievoorzieningen W5.1 en W5.2; op de toevoer voor deze voorzieningen zitten enkel de dakafvoeren van de tuinbergingen aangesloten. Dit voldoet niet aan de GSVH. Dit dient te worden ingetekend indien er een overloop voorzien is van de hemelwaterputten.
- Er moet voor gezorgd worden dat de infiltratievoorziening zich bevindt boven het grondwaterniveau.
- Waterdoorlatende verhardingen met een hellingspercentage van minder dan 2% dienen niet te worden opgenomen in de berekening voor de dimensionering van de hemelwatervoorzieningen.
- De oppervlakte van de onverharde zone dient minimaal een vierde van de afwaterende oppervlakte te bedragen.
- Appartementsterrassen dienen te worden aangesloten op het RWA-stelsel.
- Een voldoende gedimensioneerde (volgens 'waterwegwijzer bouwen en verbouwen') en goed werkende voorbehandelingsinstallatie (septische put) op de afvoer van de toiletten is aan te raden.
- Voor blok 3, 4 en 5 staat een waterzuiveringsstation ingetekend. Dit is toegelaten indien het een opzuivering ten behoeve van hergebruik van grijs water betreft. Als het gaat om een IBA, dan is dit niet toegelaten in centraal en collectief geoptimaliseerd buitengebied.
- Voor blok 1 en blok 2: De septische putten werden op het plan ingetekend met een volume van 2.000 liter per eengezinswoning.
- Voor blok 3: De septische put werd op het plan ingetekend met een volume van 17.500 liter.
- Voor blok 4: De septische put werd op het plan ingetekend met een volume van 13.100 liter.
- Voor blok 5: De septische put werd op het plan ingetekend met een volume van 26.200 liter.
- Eén DWA-huisaansluitputje ter hoogte van elke overgang van privéwaterafvoer naar het openbaar saneringsnetwerk is verplicht.
- Eén RWA-huisaansluitputje ter hoogte van elke overgang van privéwaterafvoer naar het openbaar netwerk is verplicht, tenzij wordt aangesloten op een gracht of een ander open hemelwaterlichaam.
- De huisaansluitputjes, de plaatsing ervan en de aansluiting(en) op de riolering zijn ten laste van de ontwikkelaar.
- Deze putjes dienen te voldoen aan de voorwaarden voor een standaard huisaansluiting: o minimaal 0,5 m en maximaal 1 m uit elkaar
o maximale diameter van 125 mm
o de bovenkant van de buis maximum 50 cm onder het maaiveld ter hoogte van de rooilijn
- De aansluitingen dienen aangevraagd te worden bij Pidpa-Riolering (www.pidpa.be).
Openbaar onderzoek
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 31/08/2025 tot en met 29/09/2025.
Er werden acht bezwaarschriften ingediend.
De bezwaarschriften kunnen als volgt worden samengevat:
Woonkwaliteit
De huidige situatie betreft een open ruimte en parking die licht, lucht en een gevoel van openheid biedt. De bouw van meerdere woningblokken zal dit wegnemen en de woonkwaliteit verminderen. Het uitzicht vanuit de leefruimte zal niet langer een open uitzicht zijn maar hoge bouwvolumes. Dit betekent een aanzienlijke vermindering van privacy en leefcomfort.
Dit resulteert in een daling van de waarde van mijn woning aangezien mijn woning minder aantrekkelijk wordt.
Privacy
De realisatie van woongebouwen met een hoogte van 4 en 5 bouwlagen schaadt de privacy door inkijk in de tuinen en leefruimtes van de woning langsheen de Antwerpsestraat.
Bezonning
De realisatie van woongebouwen met een hoogte van 4 en 5 bouwlagen zorgt voor schade door extra schaduw op de zonnepanelen bij de woningen in de Antwerpsestraat. Daarbij wordt ook de bezonning van de woningen gereduceerd.
Dit is strijdig met de goede ruimtelijke ordening en het recht op ongestoord genot van eigendom (artikel 544 BW).
Veiligheid en overlast
De wegenis, parking en vuilcontainers zullen overlast veroorzaken aangezien deze aan de achterzijde van de woningen, en in het bijzonder de slaapkamers aan deze zijde, in de Antwerpsestraat gelegen zijn. Daarbij komt het verkeer dat op en af rijdt langs deze weg zoals werklieden van woonkade, ouders die hun kinderen naar school brengen en mensen die woonkade bezoeken.
Er wordt geen groenbuffer voorzien tussen de woningen en het nieuwe project waardoor de woning tussen de A12 en het nieuwe project komen te liggen.
Nachtelijke activiteiten en criminaliteit, wildparkeren, geurhinder, sluikstorten en lawaai zijn te verwachten. Al jaren wordt de overlast van de parking aangekaart maar er werden geen initiatieven genomen. Noch woonkade, noch de gemeente heeft deze problematiek onder controle. De nieuwe gebouwen zullen leiden tot meer overlast.
Er zijn geen verkeersdrempels, geen camerabewaking en geen enkele garantie op veiligheid. Dit is in strijd met artikel 4.3.1 van de VCRO.
Beheer woonkade
Woonkade heeft herhaaldelijk aangetoond niet in staat te zijn haar bestaande gebouwen adequaat te beheren en slecht management. Dit heeft geleid tot leegstand, verloedering en projecten van lage woonkwaliteit.
Sociale isolatie
Het project zorgt voor een verhoging van de sociale concentratie en zorgt niet voor een geïntegreerd woonpark. Dit zal leiden tot gettovorming. Dit bevordert geen diversiteit of inclusie maar leidt tot sociale uitholling en verhoogt de armoede in boom. Dit gaat in tegen het integratiebeleid van zowel de Vlaamse als Federale overheid.
De extra druk op de sociale diensten van de gemeente is onverantwoord, zeker gezien de precaire financiële toestand van Boom.
De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om sociale spreiding te waarborgen, conform het GRS en met artikel 1.1.4 VCRO. In dit artikel wordt gesteld dat duurzame ruimtelijke ontwikkeling dient nagestreefd te worden ten behoeve van huidige en toekomstige generaties.
Groene buffer
Er wordt geen groen buffer tussen de A12 en het achterliggende industriegebied voorzien. Meer dan 90% van het terrein zal verhard worden met een minimale groenvoorziening.
Dit gaat in tegen het onthardingsbeleid van de gemeente terwijl al er al 60% leegstand is. Daarnaast is dit in strijd met het beleidsplan ruimte dat inzet op vergroening, ontharding en klimaatadaptatie. Dit is eveneens in strijd met artikel 4.3.1 VCRO dat vereist dat project bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
Woonkade heeft de laatste jaren reeds gras vervangen door verharding.
Er worden grote bomen gerooid en vervangen door kleine. Het zal lang duren vooraleer deze dezelfde ecologische waarde hebben.
Ontbrekende milieu- en leefbaarheidsstudies
Er zijn geen impactstudies uitgevoerd over geluidsoverlast en fijnstofvervuiling door de A12. Evenmin werd er bodemonderzoek gedaan naar vervuiling zoals asbest en PFAS. De gemeente heeft nagelaten haar inwoners te beschermen tegen overlast van de snelweg. Het is onverantwoord om hier nog meer mensen aan bloot te stellen.
Dit is in strijd met de verplichting onder het omgevingsverguningenbesluit (artikel 19), waarin gesteld wordt dat de impact op mens en milieu moet worden onderzocht en verantwoord.
Parkeren
Er gaan veel minder parkeergelegenheden zijn dan woningen. Op dit moment ervaren wij reeds aanzienlijke parkeerproblemen. Wanneer buren bezoek ontvangen of meerdere wagens bezitten, is het vaak al een uitdaging om in de buurt een plaats te vinden. Daarbovenop maken ook bewoners uit aangrenzende straten gebruik van onze straat om hun voertuigen te parkeren. De bestaande parkeerdruk is dus nu al bijzonder hoog.
Indien de huidige parking tegenover onze woningen volledig verdwijnt, vrezen wij dat dit zal leiden tot ernstige spanningen en burenruzies. Hoewel in de plannen een nieuwe parking voorzien is, is het duidelijk dat deze hoofdzakelijk zal gebruikt worden door de nieuwe woningen en de bestaande huizen achter Uitbreidingsstraat. Voor ons, huidige bewoners, blijft er dan onvoldoende parkeermogelijkheid over.
In de praktijk zouden wij genoodzaakt zijn om uit te wijken naar de parkings van de Lidl of Delhaize. Dit is echter geen duurzame of aanvaardbare oplossing, en zou onvermijdelijk leiden tot nog meer conflicten tussen buurtbewoners.
Het is de norm om per gebouw minimaal één parkeerplaats te voorzien. In het verleden is gebleken dat Woonkade bijna overal te weinig parkeergelegenheid heeft voorzien. Het reduceren van de parkeergelegenheden gaat tot chaos leiden.
Alternatief
De blokken zouden op dezelfde locatie vervangen moeten worden door nieuwe gebouwen. Op die manier kan men de noodzakelijke vernieuwing realiseren zonder de leefkwaliteit van bestaande bewoners drastisch aan te tasten en zonder de waarde van woningen in de directe omgeving te laten dalen.
Evaluatie bezwaarschriften:
Woonkwaliteit
Bezwaarindieners stellen dat de kwaliteiten van de bestaande omgeving, open ruimte, verloren gaan door voorliggend project. Het klopt dat de verhouding bebouwde ruimte wijzigt en dat er een grotere oppervlakte bebouwd zal worden. De kwaliteit van de bestaande open ruimte betreft voornamelijk een parkeerplaats en geen verblijfsruimte.
Woonkwaliteit gaat echter ruimer dan een pure verhouding bebouwde versus onbebouwde ruimte. Men dient rekening te houden met zowel deze verhouding als met de woonkwaliteit van de woningen als met de stedenbouwkundige inpassing van de totale ontwikkeling.
Binnen voorliggend project werd een evenwicht in deze elementen gevonden waarbij een substantieel deel open ruimte werd gevrijwaard, waar kwalitatieve woningen worden voorzien en waarbij waarbij de bestaande stedenbouwkundige toestand wordt afgewerkt. De inpassing van de gebouwen bouwt daarenboven voort op de principes van het masterplan van Braem.
De impact van het project op de waarde van de woningen betreft een burgerrechtelijke element die geen deel vormt van deze aanvraag.
Privacy
De privacy van de omliggende woningen wordt niet geschonden aangezien de afstand tussen de nieuwe gebouwen en de perceelsgrenzen van de woongebouwen langsheen de Antwerpsestraat wordt een minimale afstand van 13,8m gehanteerd ter hoogte van blok 5. Deze muur betreft een zijmuur waar geen uitzicht vanuit gaat.
De woningen langsheen de ’s Herenbaan worden gerealiseerd op 7,3m ten opzichte van de oostelijke perceelsgrens en op zo’n 4 meter van de westelijke perceelsgrens. Deze woningen worden in lijn met rijwoningen gebouwd uitkijkende naar de s’ Herenbaan. Er is bijgevolg geen inkijk van deze woningen. Blok 1B staat dwars op de woningen maar doordat de tuinzones tegen elkaar aan komen liggen deze op 11,5m van de perceelsgrens.
Gezien deze afstanden en de inplanting van de gebouwen naar de groene ruimte is geen impact op de privacy van de omwonende te verwachten.
Bezonning
De blokken 1 en 2 hebben een gabarit van 2 bouwlagen onder hellend dak, blok 3 telt 3 en 4 bouwlagen, blok 4 telt 4 bouwlagen en blok 5 telt 5 bouwlagen. De maximale hoogte van blok 5 bedraagt daarbij 15,29 meter. Aangezien dit gebouw wordt opgericht op minimaal 13,8m en het feit dat deze grenst aan de tuin van de woning langsheen de Antwerpsestraat die minimaal even diep is als de afstand tot blok 5 zal enkel uitzonderlijk een impact van het gebouw op de bezonning van de woning aanwezig zijn. Het betreft enkel de avondzon en dit enkel in de herfst.
De impact van de bezonning is daarbij verwaarloosbaar.
Bezwaarindieners stellen dat de impact hierdoor schade veroorzaakt in de zin van artikel 544 van het burgerlijk wetboek. Dit artikel werd per 1 september 2021 vervangen door artikel 3.101 van het vernieuwde burgerlijke wetboek. Deze bepaling zijn burgerlijk rechtelijk van oorsprong en vormen daarmee geen beoordelingsgrond in voorliggende omgevingsvergunningsaanvraag.
De verwijzing in het artikel 3.101 naar de hinderaspecten maakt deel uit van de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. Zoals bij privacy en bezonning beschreven is geen hinder aanwezig die de normale ongemakken uit nabuurschap overtreft.
Veiligheid en overlast
Bezwaarindieners stellen dat de wegenis aan de achterzijde van hun woning met bijhorende parkeerplaatsen en afvalstraten etc. hinder zullen veroorzaken. Deze elementen zijn eigen aan een stedelijk omgeving en zullen geen onredelijk hinder veroorzaken. Indien toch hinder zou ontstaan zal dit via de gebruikelijke procedures opgevolgd worden.
De wegenis wordt zo ontworpen dat enkel bestemmingsverkeer deze zal gebruiken. Het zijn doodlopende straten waardoor oneigenlijk gebruik vermeden wordt. De verkeersimpact zal daarom niet aanzienlijk zijn.
De sociale controle binnen het ontwerp verdient echter bijzondere aandacht. De inrichting van de parkeerplaatsen tussen de blokken en langsheen de weg, die de achterzijde van het project vormen, is functioneel om de groene ruimte te optimaliseren en de sociale beleving in deze zone te optimaliseren.
De bezwaarindieners stellen dat een groenbuffer tussen de A12 en het nieuwe project noodzakelijk is. Hun woning langsheen de Antwerpsestraat fungeert als buffer langsheen de A12. Een groenbuffer langsheen de A12 werd in de bestemmingsplannen niet voorzien. Gezien de afstand tot de A12 van het projectgebied is een groenbuffer niet noodzakelijk. De buffer wordt opgevangen door de ruimte langsheen de A12.
De bezwaarindieners verwijzen in dit licht naar een strijdigheid van het project met artikel 4.3.1 VCRO. De strijdigheid wordt niet in detail toegelicht. Artikel 4.3.1 bevat de bepalingen waaraan een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen getoetst dient te worden een waarvan indien onverenigbaarheden vastgesteld worden de aanvraag geweigerd dient te worden. De conformiteit met de bepalingen van artikel 4.3.1 worden in de verschillende onderdelen van het advies opgenomen en geëvalueerd. Met betrekking tot veiligheid en overlast wordt specifiek verwezen naar de toetsing van het project aan de goede ruimtelijke ordening.
Beheer woonkade
Het beheer van woonkade maakt geen voorwerp uit van deze aanvraag. De bemerkingen erop worden dan ook niet weerhouden.
Sociale isolatie
Het project zou voor een verhoging van sociale concentratie zorgen. Gezien de mix aan woningtypes, grondgebonden en niet-grondgebonden, en woningen met verschillende woonoppervlaktes zullen diverse doelgroepen, gezinnen, alleenstaanden en andere aangetrokken worden.
De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om sociale spreiding te waarborgen conform het GRS en artikel 1.1.4 VCRO. Er wordt niet verwezen naar specifieke passages. In het GRS wordt verwezen naar het sociaal objectief om ervoor te zorgen dat er op gemeentelijk niveau voldoende sociale woningen gerealiseerd worden. Op gemeentelijk niveau werd het sociaal objectief gerealiseerd. Artikel 1.1.4 VCRO betreft het doelstellingen artikel. Het luidt als volgt:
De ruimtelijke ordening is gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ruimte beheerd wordt ten behoeve van de huidige generatie, zonder dat de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang gebracht worden. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
Het realiseren van een woonproject vanuit de sociale woonmaatschappij kadert in een gemeente brede strategie om een gevarieerd woonpatrimonium te realiseren zodoende voldoende woningen voor alle sociale groepen te realiseren. Dit voor de bestaande bevolking maar ook voor de toekomstige generaties.
Groen buffer
De bezwaarindieners stellen dat een groenbuffer tussen de A12 en het nieuwe project noodzakelijk is. Hun woning langsheen de Antwerpsestraat fungeert als buffer langsheen de A12. Een groenbuffer langsheen de A12 werd in de bestemmingsplannen niet voorzien. Gezien de afstand tot de A12 van het projectgebied is een groenbuffer niet noodzakelijk. De buffer wordt opgevangen door de ruimte langsheen de A12.
Het project voorziet in verharding en groene ruimte waarbij meer ruimte verhard zal worden dan groene ruimte. De bestaande bebouwing en de bestaande gebouwen worden gesloopt. Hoewel een aanzienlijk deel verhard wordt zorgt de configuratie van de ruimtes ervoor dat er een aanzienlijke aaneengesloten groen/blauwe ruimte gerealiseerd wordt met een gevarieerd groenbeeld.
De gemeente hanteert een onthardingsbeleid waarbij steeds een evenwicht gevonden dient te worden tussen de juridische bouwmogelijkheden van een perceel en verhouding tussen bebouwde en onbebouwde ruimte. Gezien de oppervlakte van de groen, niet verharde ruimte en de verharde ruimte wordt een kwalitatieve ontwikkeling gerealiseerd.
De te rooien bomen worden in lijn met de gemeentelijke verordening compenseert. Er worden 54 bomen aangeplant en 87 bomen gerooid. Gezien de aanplant van heesters, vaste planten en bloemenmengsel wordt een gevarieerde groenaanplant voorzien die de te rooien bomen compenseert.
De verharding die oneigenlijk aangelegd zou zijn is geen voorwerp van voorliggende procedure.
Ontbrekende milieu- en leefbaarheidsstudies
De verplichte impact op het milieu- en leefmilieu werden onderzocht in de project-mer-screening die bij de aanvraag werd gevoegd. Er wordt geconcludeerd dat het project geen aanzienlijke milieueffecten met zich zal meebrengen. Er wordt daarbij voldaan aan de bepalingen van artikel 19 van het omgevingsvergunningenbesluit.
De studies waarnaar de bezwaarindienders verwijzen zoals geluid en fijnstof door de A12 maken geen deel uit van het project. De bodemonderzoeken naar asbest en PFAS zullen deel uit maken van de technische verslagen die aan het grondverzet vooraf gaan.
Parkeren
Er zijn op vandaag 173 parkeerplaatsen aanwezig in het projectgebied.
De parkeerbehoefte werd door middel van een parkeeronderzoek bepaald. De parkeerbehoefte van de projectsite is vastgelegd op 25 parkeerplaatsen voor de woningen en 34 plaatsen voor de bezoekers. Daarnaast heeft de gemeente een publieke parking gevraagd van 30 plaatsen.
In het project worden 27 private plaatsen voorzien voor bewoners en 64 publieke plaatsen die zowel kunnen gebruikt worden door bezoekers van de woningen als door derden (zoals bewoners langsheen de Antwerpsestraat). Er is bijgevolg voldaan aan de vraag van de gemeente.
De werknemers en bezoekers van de kantoren van de SHM krijgen een nieuwe parking voor 24 wagens. (grootte kantoor). Het kantoorgebouw heeft een bvo van 690m². Volgens de Nederlandse parkeerkencijfers (versie CROW 2018) is de parkeerbehoefte voor kantoren zonder baliefunctie voor gemeenten zoals Boom (matig stedelijk) gelegen buiten het centrum minimaal 1,8 en maximaal 2,3 per 100 m² bvo), bezoekersparkeren inbegrepen. Dit geeft een parkeerbehoefte van 12 tot 15 plaatsen. Met 24 plaatsen zit dit ruim boven de behoefte.
Alternatief
Het vervangen van de blokken op dezelfde plaats door gelijkaardige woonvolumes zal niet leiden tot dezelfde woonkwaliteit als het bestaande project. De mix van grondgebonden en niet-grondgebonden woning kan op die manier niet gerealiseerd worden. De hoogbouw daarenboven maakt de sociale controle moeilijk.
Conclusie
De bezwaren hebben geen betrekking op de rooilijnen en hebben geen impact op de beslissing omtrent de rooilijn.
Wijzigingsverzoek
Naar aanleiding van het ongunstige advies van de provinciale dienst integraal waterbeleid van de provincie Antwerpen werd door de aanvrager een wijzigingsverzoek ingediend op 26/11/2025.
Over dit wijzigingsverzoek werd geen nieuw openbaar onderzoek gevoerd gezien deze in lijn met artikel 30 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning deze wijzigingen tegemoet kwam aan de adviezen en de wijziging geen schendig van de rechten van derden met zich mee brengt.
De wijzigingen hebben betrekking op het hemelwatersysteem zoals beschreven bij het voorwerp van de aanvraag.
Deze wijzigingen hebben impact op de inrichting van het toekomstig openbaar domein maar veroorzaken geen wijzigingen aan de rooilijnen.
Het wijzigingsverzoek werd op 27/11/2025 aanvaard. Over de gewijzigde aanvraag werd opnieuw advies ingewonnen bij de provinciale dienst integraal waterbeleid van de provincie Antwerpen en Pidpa.
Motivatie inzake de zaak der wegen
De voorgestelde wijziging aan het gemeentelijke wegennet kan als volgt worden gemotiveerd:
Overeenkomstig artikel 4, 1° van het decreet Gemeentewegen dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste te staan van het algemeen belang.
Voorliggend project sterkt er toe om het binnengebied over te dragen aan het openbaar domein zodoende de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau voor de zwakke weggebruiker als voor het mechanisch verkeer te bevorderen. Daarbij wordt een fijnmazig netwerk gecreeërd voor de zwakke weggebruiker, wordt een auto vrij binnengebied gecreeërd en wordt het mechanisch verkeer aan de buitenzijden van het projectgebied gesitueerd. De afbakening van de nieuw rooilijn zorgt dat er een ruime zone ontstaat voor de realisatie van een netwerk met bijhorende faciliteiten.
Overeenkomstig artikel 4, 2° van het decreet Gemeentewegen is elke wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg een uitzondering die gemotiveerd dient te worden.
Blijkens de memorie van toelichting bij het decreet werd deze motiveringsplicht in het leven geroepen met het oog op de bescherming van de trage wegen, d.w.z. de wegen niet hoofdzakelijk bestemd voor gemotoriseerd verkeer, in het bijzonder de oude voetwegen opgenomen in de atlas der buurtwegen.
De bestaande herinrichting van het openbaar domein zorgt niet voor het verdwijnen van bestaande verbindingen maar beoogt de optimalisatie van bestaande verbindingen in een kwalitatievere stedelijke structuur.
Overeenkomstig artikel 4, 3° dienen bij de beslissingen omtrent wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds de verkeersveiligheid en de ontsluiting van de aangelande percelen in aanmerking te worden genomen.
Deze nieuwe wegenis draagt bij aan de verkeersveiligheid door de zwakke weggebruiker te scheiden van het mechanisch verkeer. Hierdoor ontstaan nieuwe veilige verbindingen tussen de woonwijken rondom het projectgebied.
Daarnaast wordt het project aangesloten op de verschillende wegen en verbindingen in de omgeving zodat een netwerk ontstaat tussen de omgeving, het projectgebied en de verschillende functies in de omgeving.
Overeenkomstig artikel 4, 4° van het decreet Gemeentewegen dient zo nodig de wijziging aan het gemeentelijk wegennet te worden beoordeeld in grensoverschrijdend perspectief. Het projectgebied ligt op grondgebied van de gemeente Boom maar sluit aan op het grondgebied van de gemeente Niel. Aan de ’s herenbaan worden geen wijzigingen doorgevoerd.
Het project zorg wel voor een verbeterde bereikbaarheid van de kleinhandels aan de ’s Herenbaan op het grondgebied van de gemeente Niel.
Overeenkomstig artikel 4, 5° van het decreet Gemeentewegen dient rekening gehouden te worden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder hierbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij dienen tevens de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen te worden. De actuele functie van het openbaar domein is beperkt tot circulatieruimte en parkeerruimte. Het voorliggend project heeft tot doel de bereikbaarheid te verhogen en de sociale functies van het openbaar domein te verbeteren. Door de inrichting van het openbaar domein worden ruimtes gecreeërd voor verschillende doelgroepen waardoor de inrichting bijdraagt aan de sociale cohesie.
Min-meerwaardevergoeding
In toepassing van artikel 28 van het decreet houdende de gemeentewegen werden schattingsverslagen opgesteld om de waardevermindering of waardevermeerdering te bepalen van de grond waarop de gemeenteweg gesitueerd is.
Er zijn geen meer- of minwaarde van toepassing omdat de over te dragen gronddelen quasi volledig worden aangelegd als wegenis ter ontsluiting van de te bebouwen gedeelten.
Financiële weerslag van toepassing : NEEN
VISUM noodzakelijk : NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
In bijlage zijn volgende documenten toegevoegd:
- Rooilijnplan
- Omschrijvende meetstaat en raming
- Hydraulische nota
Louter informatief worden ook volgende documenten ter beschikking gesteld (projectinhoudversie 5):
- Inplantingsplan:
- Terreinprofielen:
- Verantwoordingsnota
Art. 1: De gemeenteraad verleent goedkeuring aan het rooilijnplan d.d. 22/05/2025 opgemaakt door VH&C Landmeters handelend voor de sociale huisvestingsmaatschappij ‘Woonkade Rupelstreek’, zoals toegevoegd in bijlage, voor een zone grond gelegen aan de Uitbreidingsstraat, kadastraal gekend onder Boom, 1ste afdeling, sectie A, nr. 6X3, 6W3, 6V3, 6G4, 8H, 8G, 11N,
11L en delen van het openbaar domein, mits voldaan wordt aan volgende voorwaarden voor zover de betrekking hebben op de inrichting van de zone binnen de toekomstige rooilijn:
- De voorwaarden opgenomen in de uitgebrachte adviezen dienen strikt te worden nageleefd. De adviezen maken integraal deel uit van deze beslissing.
- Voorwaarden volgend uit het advies van de dienst mobiliteit:
- Bij de verder uitwerking van de plannen van de inrichting van het openbaar domein dient:
Art. 2: De gemeenteraad gaat akkoord met de bepaling van de min- en meerwaarde zoals opgenomen in het dossier opgemaakt door VH&C Landmeters.
Art 3: De gemeenteraad legt aan de houder(s) van de omgevingsvergunning, bij afgifte van de omgevingsvergunning, de hiernavolgende lasten op:
- De houder van de omgevingsvergunning staat op eigen kosten in voor het (laten) aanleggen van nieuwe en/of het (laten) aanpassen van bestaande nutsvoorzieningen naar en in het nieuwe openbaar domein. De houder van de omgevingsvergunning contacteert hiervoor zelf de betrokken nutsmaatschappijen.
- De op het rooilijnplan aangeduide zone dient kosteloos aan de gemeente te worden afgestaan.
- Het domein binnen de rooilijn dient aangelegd te worden volgens het ontwerpplan mits rekening te houden met de bepalingen van het standaardbestek 250 versie 4.1. Na de aanleg dient dit aangelegd openbaar domein kosteloos aan de gemeente te worden overgedragen.
- De riolering binnen het ontworpen openbaar domein dient volgens de voorwaarden van Pidpa gratis overgedragen te worden:
Art 4: Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.
Art. 5: Dit besluit van de gemeenteraad is nietig:
- wanneer de omgevingsvergunning met dossiernummer OMV_2024162904 (OMV/202500040/OPR) op 3 april 2025 ingediend inzake het bouwen van meergezinswoningen en eengezinswoningen na sloop van de bestaande gebouwen, gelegen te Uitbreidingsstraat te Boom niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd;
- wanneer het voorwerp van de omgevingsvergunning niet binnen de in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.
Art. 6: De voorzitter en de algemeen directeur of hun respectievelijke plaatsvervanger(s) wordt machtiging verleend tot ondertekening van de vereiste akten.
Wyre maakt ons de ontwerptekst van een opstalovereenkomst over voor het plaatsen van een technische cabine aan de Vrijheidsstraat op een deel (30 m²) van het perceel, gemeente eigendom, kadastraal gekend sectie A nr 101 P.
Het college van burgemeester en schepenen nam in de zitting van 24.11.2025 kennis van het ontwerp van opstalovereenkomst tussen de gemeente en Wyre voor de plaatsing van een technische cabine aan de Vrijheidsstraat op een deel (30 m²) van het perceel, gemeente eigendom, kadastraal gekend sectie A nr 101 P. Besliste om dit dossier voor goedkeuring te verzenden naar de gemeenteraad en Igean aan te duiden om dit dossier te begeleiden en de akte te verlijden.
Positief advies van de dienst grondgebiedzaken op voorwaarde dat de betegeling rond de cabine aansluit bij de bestaande betegeling van de huidige cabine en dat de ruimte tussen de beide cabines afgesloten kan worden, om te voorkomen dit dat oneigenlijk gebruikt kan worden.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Ontwerp en plan
Enig artikel: de opstalovereenkomst tussen de gemeente en Wyre voor de plaatsing van een technische cabine aan de Vrijheidsstraat op een deel ( 30 m²) van het perceel, gemeente eigendom, kadastraal gekend sectie A nr 101 P goed te keuren.
De gemeenteraad van 27.03.2025 bevestigde de aansluiting van het Lokaal Bestuur Boom bij Bosgroep Antwerpse Gordel vzw als "adviserend lid" en Rik Röttger als vertegenwoordiger en Tibo Roekaerts als plaatsvervanger, aan te duiden.
De Bosgroep Antwerpse Gordel vzw maakte een offerte op voor de samenwerking tussen hen en het Lokaal Bestuur Boom aangaande het beheer van Bos N.
Deze samenwerkingsovereenkomst geldt voor een periode van zes jaar van 01.01.2026 t.e.m. 31.12.2031 en houdt in dat er een taakverdeling en planning wordt gemaakt tussen beide partners, het uitvoeren en evalueren van het beheer van het bos in eigendom van het Lokaal Bestuur en voor de opmaak van een nieuw Natuurbeheerplan en een Toegankelijkheidsregeling.
Er wordt een maximum-jaarbudget afgesproken, de kostprijs voor het opstellen van het beheersplan 2026 - 2031 voor Bos N + de toegangsregeling bedraagt 6050 euro excl. BTW voor 10 mandagen werk. Dit budget wordt voorzien op MJP000169 landschapsbeheerplan en bosbeheerplan uitvoeren.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
fiche agentschap Bos en Natuur
Samenwerkingsovereenkomst
Enig artikel: de samenwerkingsovereenkomst tussen de Bosgroep Antwerpse Gordel vzw en het Lokaal Bestuur aangaande het beheer van Bos N goed te keuren
De gemeenteraad stemde in zitting van 20/12/2012 een retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen een herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats voor een periode aanvang nemend op 01/01/2013 en eindigend op 31/12/2013.
De gemeenteraad stemde in zitting van 05/12/2013 een retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen een herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
De gemeenteraad stemde in zitting van 19/12/2019 een retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen een herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
Momenteel bestaan er verschillende belasting- en retributiereglementen m.b.t. de tarieven van de gemeentelijke begraafplaats nl.:
- het belastingreglement voor begraving, verstrooiing bijzetting in columbarium of urnenkelder
- het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats
- belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder
- prijsbepaling concessies op de begraafplaats
- belastingreglement op de opgravingen
- retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide
Het is wenselijk al deze reglementen gezamenlijk onder te brengen in één retributiereglement op de begraafplaats: een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering van naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide
De gemeenteraad beslist om het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen een herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats op te heffen vanaf 01/02/2026.
Financiële weerslag: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
Enig artikel: De gemeenteraad beslist om het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen een herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats op te heffen vanaf 01/02/2026.
De gemeenteraad besliste in zitting van 5/12/2013 tot een beheeroverdracht aan IGEAN voor de intergemeentelijke exploitatie van het containerpark.
De gemeenteraad stemde in zitting van 19/11/2020 het retributiereglement voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen via het containerpark voor een periode aanvang nemend op 01/01/2021 en eindigend op 31/12/2026.
De gemeenteraad stemde in zitting van 29/06/2023 het retributiereglement voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen via het containerpark voor een periode aanvang nemend op 01/07/2023 en eindigend op 31/12/2026.
De gemeenteraad stemde in zitting van 27/11/2025 het retributiereglement voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen via het containerpark voor een periode aanvang nemend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
De recyclageparken worden door IGEAN intergemeentelijk geëxploiteerd. Het recyclagepark van onze gemeente maakt deel uit van regio zuid. De inwoners van een gemeente kunnen dus niet enkel terecht op het recyclagepark van hun gemeente, maar eveneens op het recyclagepark van een andere gemeente die deel uitmaakt van dezelfde regio. Dit intergemeentelijk gebruik van de recyclageparken is alleen maar mogelijk als er gewerkt wordt met uniforme retributies.
Ook bedrijven en zelfstandigen hebben toegang tot het recyclagepark. De retributies die aan de bedrijven en zelfstandigen worden gevraagd moeten marktconform en dus kostendekkend zijn.
Op het recyclagepark wordt diftar met weging toegepast, waarbij de betalende fracties worden gewogen en onmiddellijk afgerekend volgens het aangeleverde gewicht. Een goede verhouding tussen de retributies voor de verschillende fracties, gratis of betalend, is noodzakelijk om een correcte sortering te stimuleren. Dankzij de invoering van diftar werd een sterke reductie van de hoeveelheden ongesorteerd afval (grofvuil en gemengd bouw- en sloopafval) bekomen.
De retributies voor de betalende afvalfracties werden bij de invoering van diftar gebaseerd op de reële kostprijs. De retributies in de regio zijn echter steeds ongewijzigd gebleven sinds de invoering van diftar (periode 2008-2017).
Omwille van gewijzigde contracten, indexaanpassingen, de mobiliteitsproblematiek, enz. zijn de kosten voor de ophaling en verwerking de afgelopen jaren sterk gestegen, en niet alle retributies zijn nog in overeenstemming met de reële kostprijs.
IGEAN heeft daarom voorgesteld om de retributies aan te passen, zonder afbreuk te doen aan het evenwicht en de correcte verhouding tussen de verschillende tarieven. Een jaarlijkse aanpassing van de retributies, rekening houdend met een aantal objectieve parameters, moet er bovendien voor zorgen dat de tarieven marktconform zijn en blijven.
Om de intergemeentelijke werking te garanderen en om afvaltoerisme te vermijden is het noodzakelijk dat alle gemeenten van de regio zuid eenzelfde retributiesysteem toepassen.
IGEAN heeft een voorstel uitgewerkt, dat werd besproken met de betrokken gemeenten van regio zuid en werd toegelicht op het adviescomité milieu op 16/06/2025 en goedgekeurd door de door de raad van bestuur van IGEAN op 25/06/2025.
Het decreet lokaal bestuur bepaalt de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De gemeente Boom is lid van IGEAN milieu & veiligheid en heeft beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid gedaan voor de exploitatie van het recyclagepark.
Het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2016-2022 stelt het beleid in Vlaanderen vast rond de selectieve inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, en dus ook voor de werking en exploitatie van een recyclagepark.
Het Materialendecreet implementeert de Europese kaderrichtlijn (EG) 2008/98 voor het beheer van afvalstoffen in Vlaanderen.
Artikel 26 van het Materialendecreet geeft aan de gemeenten de opdracht om huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk te voorkomen of te hergebruiken, op regelmatige tijdstippen op te halen of op een andere wijze in te zamelen.
Artikel 10 van hetzelfde decreet bepaalt dat de gemeenten de kosten van het beheer van huishoudelijk afval moeten verhalen op de afvalproducenten.
Het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, VLAREMA, bevat o.a. voorschriften voor de selectieve inzameling van afvalstoffen.
Artikel 4.3.2 van het VLAREMA bepaalt dat bedrijven en zelfstandigen verplicht zijn om hun afval gesorteerd aan te bieden.
Artikel 5.1.1 van het VLAREMA bepaalt dat de gemeenten het principe “de vervuiler betaalt” moeten toepassen bij de berekening van de bijdrage in de kosten die door de burger moet worden betaald.
Bijlage 5.1.4 van het VLAREMA legt de minima en maxima tarieven vast voor de inzameling van een aantal afvalstoffen op het recyclagepark.
De minima en maxima tarieven zoals vermeld in bijlage 5.1.4 van het VLAREMA worden jaarlijks op 1 januari aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex.
De gemeenteraad beslist om het retributiereglement voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen gewijzigd te stemmen aanvang nemende vanaf heden en eindigend op 31/12/2031.
Gelet op de opmerking van IGEAN ontvangen via e-mail 16/12/2025 werd voorgesteld huidige situatie zoals omschreven in artikel 6 te wijzigen:
Huidige situatie:
Art.6:
§1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten per gezin om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een retributie gevraagd van 5 euro met uitzondering van een defect van de toegangskaart dat niet te wijten is aan het verlies of misbruik door de gebruiker op voorwaarde dat de defecte kaart overhandigd wordt aan het recyclagepark.
§2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boom worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.
§3. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Boom en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten verwerven eveneens één toegangskaart per vereniging conform de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over de toekenning.
Voorgestelde wijziging:
Art.6:
§ 1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een borg gevraagd van 8 euro met uitzondering van een defect van de toegangskaart dat niet te wijten is aan het verlies of misbruik door de gebruiker op voorwaarde dat de defecte kaart overhandigd wordt aan het recyclagepark.
§ 2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boom worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.
§3. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Boom en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten verwerven eveneens één toegangskaart per vereniging conform de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over de toekenning.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
Art.1:
Het lopende retributiereglement op de aanvoer van afvalstoffen op het containerpark wordt opgeheven en een gewijzigd retributiereglement op de aanvoer van afvalstoffen op het containerpark wordt gestemd voor een periode aanvang nemend vanaf heden en eindigend op 31/12/2031 en dit voor volgende afvalstoffen:
| Afvalfractie |
tarieven (euro/kg) |
|
| Particulier, 2e verblijf, verenigingen, scholen, … |
Bedrijven en zelfstandigen |
|
|
0,35 |
0,35 |
|
0,05 |
0,12 |
|
- |
0,12 |
|
- |
6,00 euro/zak |
Art.2:
§1. Het bedrag van de retributies vermeld in artikel 1 is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van het recyclagepark voor de aanvoer van de in artikel 1 genoemde afvalstoffen.
§2. Voor elk gezin (alle personen die in het bevolkingsregister aan elkaar gekoppeld zijn via het ‘gezinshoofd’) zijn er volgende vrijstellingen van toepassing:
§3. Bedrijven en zelfstandigen krijgen geen vrijstellingen. Er wordt maximaal 1.000 kg per dag per bedrijf en zelfstandige aanvaard. De afvalstoffen moeten gesorteerd naar het recyclagepark gebracht worden. Alleen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden aanvaard. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn afvalstoffen die ontstaan zijn ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als van deze van de normale werking van een particuliere huishouding, en die omwille van de aard, de samenstelling en de hoeveelheid vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen.
Art.3:
Om ervoor te zorgen dat de retributies marktconform zijn zullen de retributies jaarlijks aangepast worden, rekening houdend met de recyclageparkindex.
Om de totale recyclageparkindex (RI) samen te stellen worden de verschillende kostensoortindexen gewogen volgens het aandeel van de kostensoort (O,E en P) in de totale betrokken kosten (K) in jaar x.
Dit geeft volgende formule:
RI(x+1)=(Iox*Ox/Kx) + (Iex*Ex/Kx) + (Ipx*Px/Kx)
RI wordt naar boven afgerond op vier decimalen.
De drie kostensoorten volgen elk een eigen index:
1. Ophaalkosten
Iox = kost per opgehaalde ton jaar x / kost per opgehaalde ton jaar x-1
2. Exploitatiekosten
Iex= afgevlakte gezondheidsindex december jaar x / afgevlakte gezondheidsindex december jaar x-1
3. Personeelskosten
Personeelskosten stijgen telkens de spilindex overschreden wordt
Ipx = gemiddelde overschreden spilindex jaar x / gemiddelde overschreden spilindex jaar x-1
De index RI(x+1) zal telkens toegepast worden vanaf 1.07 in jaar x+1, en dit voor de eerste maal vanaf 1/07/2027.
De aangepaste retributies, na toepassing van de index RI(x+1), zullen worden afgerond op 3 decimalen. Indien het 4de decimaal 5 of hoger is, gebeurt er een afronding naar boven, indien 4 of lager is er een afronding naar beneden.
Voorafgaand aan de toepassing zal het resultaat van de index RI(x+1) telkens ter goedkeuring worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen van alle gemeenten van regio noord, uiterlijk op 15.05.
Art.4:
§1. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boom worden vrijgesteld van de retributie.
§2. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Boom en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten kunnen tevens vrijgesteld worden van de retributie. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over deze vrijstelling.
Art.5:
De betaling gebeurt ter plaatse aan de betaalterminal met betaalkaarten. Bedrijven en zelfstandigen krijgen regelmatig een factuur voor de retributies die ze in de voorafgaande periode betaald hebben.
Bij ontstentenis van betaling kan de toegang tot het recyclagepark geweigerd worden.
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden.
Art.6:
§ 1. De toegelaten gebruikers die niet beschikken over een elektronische identiteitskaart dienen zich te registreren op het recyclagepark en verwerven maximaal twee toegangskaarten om het recyclagepark te betreden. Voor elke toegangskaart wordt een borg gevraagd van 8 euro met uitzondering van een defect van de toegangskaart dat niet te wijten is aan het verlies of misbruik door de gebruiker op voorwaarde dat de defecte kaart overhandigd wordt aan het recyclagepark.
§ 2. De gemeentelijke diensten en de diensten van andere lokale openbare instellingen (zoals het OCMW, de politie, de brandweer, de gemeentelijke IVA’s en EVA’s) gevestigd op het grondgebied van de gemeente Boom worden vrijgesteld van de retributie voor de toegangskaart.
§3. Erkende verenigingen die handelen in het algemeen en gemeentelijk belang waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is op het grondgebied van de gemeente Boom en die een lokaal in eigendom of in beheer bezitten verwerven eveneens één toegangskaart per vereniging conform de bepalingen van paragraaf 1 van dit artikel. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt gemotiveerd over de toekenning.
Art.7:
Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.
Een afschrift van dit besluit wordt aan de toezichthoudende overheid bezorgd en aan IGEAN milieu & veiligheid, die instaat voor de verdere uitvoering hiervan gelet op de beheersoverdracht aan IGEAN milieu & veiligheid.
In de collegezitting van 25/11/2013 werd beslist om het belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder naar de gemeenteraad te verzenden met voorstel dit reglement ongewijzigd te herstemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
In de gemeenteraadszitting van 05/12/2013 werd dit reglement ongewijzigd gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
In de collegezitting van 09/12/2019 werd beslist om het belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder naar de gemeenteraad te verzenden met voorstel dit reglement ongewijzigd te herstemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
In de gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd dit reglement ongewijzigd gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
Momenteel bestaan er verschillende belasting- en retributiereglementen m.b.t. de tarieven van de gemeentelijke begraafplaats nl.:
- het belastingreglement voor begraving, verstrooiing bijzetting in columbarium of urnenkelder
- het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats
- belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder
- prijsbepaling concessies op de begraafplaats
- belastingreglement op de opgravingen
- retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide
Het is wenselijk al deze reglementen gezamenlijk onder te brengen in één retributiereglement op de begraafplaats: een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering van naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide
De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder op te heffen vanaf 01/02/2026.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
Enig artikel: De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder op te heffen vanaf 01/02/2026.
In de collegezitting van 25/11/2013 werd beslist om het belastingreglement op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen, de verstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen en de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium of urnenkelder naar de gemeenteraad te verzenden met voorstel dit reglement ongewijzigd te herstemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
In de gemeenteraadszitting van 05/12/2013 werd dit reglement gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
In de collegezitting van 09/12/2019 werd beslist om het belastingreglement op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen, de verstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen en de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium of urnenkelder naar de gemeenteraad te verzenden met voorstel dit reglement ongewijzigd te herstemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
In de gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd dit reglement gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
Momenteel bestaan er verschillende belasting- en retributiereglementen m.b.t. de tarieven van de gemeentelijke begraafplaats nl.:
- het belastingreglement voor begraving, verstrooiing bijzetting in columbarium of urnenkelder
- het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats
- belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder
- prijsbepaling concessies op de begraafplaats
- belastingreglement op de opgravingen
- retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide
Het is wenselijk al deze reglementen gezamenlijk onder te brengen in één retributiereglement op de begraafplaats: een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering van naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide
De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen, de verstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen en de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium of urnenkelder op te heffen vanaf 01/02/2026.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Enig artikel: De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement op de begraving van al dan niet veraste stoffelijke overblijfselen, de verstrooiing van veraste stoffelijke overblijfselen en de bijzetting van veraste stoffelijke overblijfselen in een columbarium of urnenkelder op te heffen vanaf 01/02/2026.
Momenteel bestaan er verschillende belasting- en retributiereglementen m.b.t. de tarieven van de gemeentelijke begraafplaats nl.:
- het belastingreglement voor begraving, verstrooiing bijzetting in columbarium of urnenkelder
- het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats
- belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder
- prijsbepaling concessies op de begraafplaats
- belastingreglement op de opgravingen
- retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide
Het is wenselijk al deze reglementen gezamenlijk onder te brengen in één retributiereglement op de begraafplaats: een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering van naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
Recent werd een nieuw gemeentelijk reglement op de begraafplaats opgemaakt waarin o.a. nieuwe vormen van begraving werden opgenomen. Zo werd op de kinderbegraafplaats een urnenpaddenstoel geplaatst voor de bijzetting van kinderassen en de mogelijkheid geboden om een urne van gezelschapsdieren in een concessie bij te plaatsen.
Daarnaast willen we met het nieuwe retributiereglement de huidige tarieven updaten. Een aantal tarieven dateren van 2019; andere tarieven zoals de prijsbepaling van concessies werden de laatste 15 jaar (!) niet meer aangepast.
De leverancier van de voorplaten van het columbarium blijkt ook zijn tarieven verhoogd te hebben, waardoor momenteel de voorplaat zelfs onder de aankoopprijs verkocht wordt.
De gemeenteraad beslist om een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide te stemmen aanvang nemende vanaf 01/02/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Art.1: Volgende retributietarieven worden vastgesteld voor de periode aanvang nemend vanaf 01/02/2026 en eindigend op 31/12/2031:
1. Naamplaatjes
- Naamplaatje op de herinneringszuil aan strooiweide: € 35
Het graveren en aanbrengen van het naamplaatje gebeurt door het gemeentebestuur, na betaling van de vastgestelde retributie. Het gemeentebestuur bepaalt tevens de volgorde waarin de naamplaatjes worden aangebracht.
Elk naamplaatje blijft voor een periode van ten minste 10 jaar op de herinneringszuil, te rekenen vanaf de overlijdensdatum.
- Naamplaatje op witte stip van de urnenpaddenstoel op het kinderpark: gratis
Het graveren en aanbrengen van het naamplaatje gebeurt door het gemeentebestuur.
Het gemeentebestuur bepaalt de volgorde waarin de naamplaatjes worden aangebracht.
Elk naamplaatje blijft voor een periode van ten minste 15 jaar, te rekenen vanaf de overlijdensdatum op de urnenpaddestoel.
- Naamplaatje op gedenkteken op het erepark oudstrijders: gratis
2. Gedenkplaten en gedenktekens
- Gedenkplaat ter afdekking van columbariumnis of urnenkelder:
- Voorplaat nis: € 300
- Zeshoekige gedenkplaat ter afdekking van apart staande zuiltjes (uitdovend): € 350
- Dekplaat urnenkelder: € 350
De columbariumnis en urnenkelder worden afgedekt met een uniforme gedenkplaat in Jasberggraniet die tegen betaling door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld.
De afdekplaat dient binnen de maand na de uitvaart te worden afgehaald op de gemeentelijke begraafplaats bij de medewerker van de begraafplaats. De gedenkplaat is niet gegraveerd en de plaatsing en het bevestigingsmateriaal zijn niet inbegrepen in de kostprijs.
- Vlinders sterretjesweide: gratis
Voor de sterrenkindjes begraven op de sterretjesweide kan een vlindertje in cortenstaal aangevraagd worden met vermelding van de naam en de geboortedatum van het kindje.
Elk vlindertje blijft ten minste 15 jaar, te rekenen vanaf de geboortedatum op de sterretjesweide. De plaatsing van het vlindertje gebeurt door de gemeente.
- Gedenkteken op erepark oudstrijders: gratis
3. Taks niet-inwoners: € 500
De retributie bedraagt €500 per begraving, verstrooiing of bijzetting voor personen die niet in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Boom zijn ingeschreven.
De bepaling van het tarief inwoner of niet-inwoner gebeurt op datum van overlijden.
Volgende personen zijn vrijgesteld van de retributie:
- ambtenaren in dienst van de Europese gemeenschap en hun verwanten, die werkelijk in de gemeente verblijven.
- Personen die minstens 25 jaar in Boom ingeschreven waren in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Boom en nadien werden afgeschreven van het bevolkings- of vreemdelingenregister van Boom naar een psychiatrische inrichting, een rust-of verzorgingstehuis, serviceflat, een instelling voor gehandicapten of opgenomen zijn bij familie of aanverwanten en op deze plaatsen nog steeds verblijven op het ogenblik van hun overlijden.
- Personen die op het grondgebied van de gemeente zijn overleden of er dood zijn aangetroffen
4. Concessies
- Graf/urnenveld/columbariumconcessie 1 persoon voor 25 jaar: € 1000
- Graf/urnenveld/columbariumconcessie 2 personen voor 25 jaar: € 2000
Dit tarief wordt eventueel verhoogd met de taks voor niet-inwoners.
Verlengingen zijn mogelijk voor 10, 20 of 25 jaar volgens het tarief dat gangbaar is bij het verstrijken van de oorspronkelijke concessieduur en dit pro rata van de duurtijd van verlenging. Daarnaast wordt bij elke hernieuwing een administratieve kost t.b.v. € 100 aangerekend.
De concessies op de kinderbegraafplaats worden gratis toegekend voor een termijn van 15 jaar die aanvangt op de datum van goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. Deze kunnen op aanvraag gratis verlengd worden met een termijn van 15 jaar.
De verlenging/hernieuwing van eeuwigdurende concessies die, krachtens het Keizerlijk decreet 23 prairial jaar XII werden verleend voor de inwerkingtreding van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en lijkbezorging, is kosteloos.
De bijzetting van een urne van één of meerdere gezelschapsdieren in een urnenveld of-columbariumconcessie volgens de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement is kosteloos.
5. Opgravingen / verplaatsing van een stoffelijk overschot
De retributie voor de opgraving of verplaatsing van een stoffelijk overschot wordt aangerekend per grafplaats.
De retributie bij de opgravingen of verplaatsing van één of meerdere gecremeerde stoffelijke resten bedraagt: € 250
De retributie bij de opgravingen of verplaatsing van één of meerdere niet-gecremeerde stoffelijke resten bedraagt: € 350.
Indien het om de opgraving van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot gaat, stelt de aanvrager zelf een externe aannemer aan bij op opgraving of verplaatsing van een niet-gecremeerd lichaam. Alle kosten van deze externe aannemer en kosten voor supplementaire prestaties van derden zijn volledig ten laste van de aanvrager.
Art. 2: Het totaalbedrag van de retributie is verschuldigd door de aanvrager. De betaling gebeurt op het ogenblik van de aanvraag bij zijn schriftelijk verzoek. Bij gebrek aan betaling in der minne, zal de retributie burgerrechtelijk ingevorderd worden voor wat betreft het betwiste gedeelte. De invordering van het niet-betwist gedeelte zal door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet over het Lokaal Bestuur, geschieden.
Art. 3: De vestiging en invordering van de retributie evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgende de modaliteiten vervat in het gelijknamig decreet van 30/05/2008 en haar aanpassingen.
Art. 4: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht alsook de bekendmaking zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.
De gemeenteraad stelde in zitting van 17/12/2009 de prijzen vast voor de grafconcessies, columbariumconcessies en urnenkelderconcessies en dit vanaf 01/01/2010.
De gemeenteraad stelde in zitting van 20/12/2012 de prijzen vast voor de grafconcessies, columbariumconcessies en urnenkelderconcessies en dit vanaf 01/01/2013.
De gemeenteraad stelde in zitting van 19/12/2019 de prijzen vast voor de grafconcessies, columbariumconcessies en urnenkelderconcessies en dit vanaf 01/01/2020.
Momenteel bestaan er verschillende belasting- en retributiereglementen m.b.t. de tarieven van de gemeentelijke begraafplaats nl.:
- het belastingreglement voor begraving, verstrooiing bijzetting in columbarium of urnenkelder
- het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats
- belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder
- prijsbepaling concessies op de begraafplaats
- belastingreglement op de opgravingen
- retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide
Het is wenselijk al deze reglementen gezamenlijk onder te brengen in één retributiereglement op de begraafplaats: een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering van naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide
De gemeenteraad beslist om de prijsbepaling voor de grafconcessies, columbariumconcessies en urnenkelderconcessies op te heffen vanaf 01/02/2026.
Financiële weerslag: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
Enig artikel: De gemeenteraad beslist om de prijsbepaling voor de grafconcessies, columbariumconcessies en urnenkelderconcessies op te heffen vanaf 01/02/2026.
In de gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd dit reglement gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
In de gemeenteraadszitting van 17/12/2020 werd dit reglement gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2021 en eindigend op 31/12/2026.
Momenteel bestaan er verschillende belasting- en retributiereglementen m.b.t. de tarieven van de gemeentelijke begraafplaats nl.:
- het belastingreglement voor begraving, verstrooiing bijzetting in columbarium of urnenkelder
- het retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide op de begraafplaats
- belastingreglement op de aflevering van gedenkplaten ter afdekking van een columbariumnis of urnenkelder
- prijsbepaling concessies op de begraafplaats
- belastingreglement op de opgravingen
- retributiereglement op de aflevering van een naamplaat geplaatst tegen de herdenkingszuil aan de strooiweide
Het is wenselijk al deze reglementen gezamenlijk onder te brengen in één retributiereglement op de begraafplaats: een retributiereglement op begraving, opgraving, uitstrooiing, bijzetting in columbarium of urnenkelder, prijsbepaling concessies, aflevering van gedenkplaten en gedenktekens, aflevering van naamplaten op de herinneringszuil aan de strooiweide
De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement voor opgraving op de gemeentelijke begraafplaats op te heffen vanaf 01/02/2026.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Enig artikel: De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement voor opgraving op de gemeentelijke begraafplaats op te heffen vanaf 01/02/2026.
Tussen juli 2015 en september 2015 ging het meetbureau van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging over tot de meting van de administratieve lasten voor gemeenten omtrent de aanvragen tot verlenging van het verblijf van een vreemdeling.
Hierin werd in beeld gebracht wat de administratieve kosten zijn van een aanvraag tot verlenging van een verblijf en welke verschillende stappen door de gemeente dienen doorlopen te worden alvorens de documenten aan de vreemdeling kunnen worden afgeleverd.
Uit deze meting bleek dat de administratieve kost voor de gemeenten bij de verlenging van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf (de elektronische vreemdelingenkaart A) ongeveer 50 EUR bedroeg.
Naar aanleiding van dit onderzoek werd aan de Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfsbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953, een artikel 2, §2 ingevoegd bij Wet van 18 december 2016. Deze bepaling maakt het mogelijk voor de gemeenten om een retributie te innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van bepaalde door de Koning vastgelegde verblijfsvergunningen.
De Koning heeft bij Koninklijk besluit deze wet uitgevoerd op 5 maart 2017 waardoor de gemeente een retributie kan vestigen op het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf, de zogenaamde elektronische A-kaart. De Koning legde het maximumbedrag vast op 50 EUR.
In de collegezitting van 29/05/2017 werd beslist dit dossier naar de gemeenteraad te zenden met het voorstel om een retributiereglement voor het vernieuwen,verlengen of vervangen van verblijfsvergunningen, zijnde het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf (A-kaart) in te voeren.
De gemeenteraad stemde in zitting van 15/06/2017 een retributiereglement voor het vernieuwen,verlengen of vervangen van verblijfsvergunningen, zijnde het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf (A-kaart) voor een periode aanvang nemend op datum van zitting en eindigend op 31/12/2019.
De gemeenteraad stemde in zitting van 19/12/2019 een retributiereglement voor het vernieuwen,verlengen of vervangen van verblijfsvergunningen, zijnde het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister - tijdelijk verblijf (A-kaart) voor een periode aanvang nemend 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk om belastingen te heffen en retributies te vorderen.
Gemeentebesturen kunnen voor bepaalde prestaties en diensten die voor de administratieve diensten arbeids- en tijdsintensief zijn en die in het individueel belang of voordeel zijn van diegene die om die prestatie of dienst vraagt, een billijke vergoeding vragen.
Het vernieuwen, verlengen of vervangen van een verblijfsvergunning, zijnde het afleveren van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf, is een dienstverlening van de gemeente aan de burger waarvoor een retributie kan worden gevraagd.
De gemeente legt het bedrag van de retributie vast op het maximumbedrag van 50 EUR gelet op het feit dat de administratieve lasten voor de gemeente bij de verlenging, vernieuwing en vervanging van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf (de elektronische vreemdelingenkaart A) zeer hoog liggen.
Voor studenten, vorsers, minderjarigen en humanitair geregulariseerden wordt de retributie verlaagd tot 5 EUR. De gemeente neemt een deel van de kosten op zich van deze dossiers omwille van de specifieke hoedanigheid van de aanvrager.
Voorstel tot aanpassing (huidig tarief 25,00 EUR) van de zeer dringende procedure zoals in buurgemeente Niel:
Zeer dringende procedure: € 163,40 (bij aanvraag voor 15.00 uur is de kaart de volgende werkdag vanaf 14.00 uur beschikbaar bij ons lokaal bestuur).
De gemeenteraad beslist om het retributiereglement voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf hernieuwd te stemmen aanvang nemende vanaf heden en eindigend op 31/12/2031.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
De gemeenteraad verdaagt het retributiereglement voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf hernieuwd te stemmen aanvang heden en eindigend op 31/12/2031 met volgende artikels naar de volgende gemeenteraad.
Art.1: Met ingang vanaf heden en voor een termijn eindigend op 31/12/2031 wordt een retributie gevestigd op het vernieuwen, verlengen of vervangen van het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister – tijdelijk verblijf, verder genoemd de “elektronische A-kaart”.
Art.2: De retributie voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van de elektronische A-kaart bedraagt 50 EUR
Art.3: §1 In uitzondering van artikel 2 bedraagt de retributie voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van de elektronische A-kaart 5 EUR voor de aanvrager die gemachtigd is tot een verblijf van meer dan 3 maanden in België als student, als vorser of op basis van een humanitaire regularisatie op grond van artikel 9bis van de Vreemdelingenwet of minderjarig is op moment van de aanvraag.
§2 In afwijking van §1 bedraagt de retributie voor het vernieuwen, verlengen of vervangen van de elektronische A-kaart in dringende en zeer dringende procedure 163,40 EUR (bij aanvraag voor 15.00 uur is de kaart de volgende werkdag vanaf 14.00 uur beschikbaar bij ons lokaal bestuur).
Art.4: Deze retributie kan maar één keer per kalenderjaar geïnd worden.
Art.5: De retributie is verschuldigd door de aanvrager en dient bij de aanvraag van de vernieuwing, verlenging of vervanging van de elektronische A-kaart betaald te worden. De retributie is niet restitueerbaar.
Art.6: Artikel 94 van het gemeentedecreet voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. De rechtbanken van het arrondissement Antwerpen zijn bevoegd.
Art.7: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek.
De gemeenteraad stemde op 18 december 2014 een belasting op vertoningen en evenementen voor een periode aanvang nemende op 01 januari 2015 en eindigend op 31 december 2019.
In collegezitting van 05/12/2016 werd beslist om het belastingreglement op vertoningen en evenementen naar de gemeenteraad te zenden met het verzoek het huidige reglement op te heffen en een nieuw reglement met bijkomende tarieven en termijnen te stemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2017 en eindigend op 31/12/2019.
In gemeenteraadszitting van 22/12/2016 werd het lopende belastingreglement op vertoningen en evenementen opgeheven en werd er een nieuw reglement met bijkomende tarieven en termijnen gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2017 en eindigend op 31/12/2019.
In gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd beslist om het belastingreglement op vertoningen en evenementen gewijzigd te stemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026. De belasting op grote evenementen werd hierbij verlaagd van 3,50 naar 3,00 euro.
In gemeenteraadszitting van 21/12/2023 werd het lopende belastingreglement op vertoningen en evenementen opgeheven en werd er een gewijzigd reglement gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2024 en eindigend op 31/12/2026.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
Grote evenementen, vertoningen en of vermakelijkheden zorgen voor een maatschappelijke overlast in hun directe en grotere omgeving, dit door hun omvang en bezoekersaantallen.
Bovendien vinden deze meestal plaats tijdens rustdagen en/of bij avond en/of bij nacht waarbij de rust van de omwonenden ernstig wordt verstoord.
De bestrijding van deze overlast situeert zich op het gebied van handhaving van de openbare rust, de verkeersveiligheid en de openbare reinheid.
Door het heffen van een belasting op evenementen en vertoningen kan een doordacht lokaal beleid worden gevoerd met de nodige middelen en aandacht voor flankerende maatregelen.
Het is aangewezen de bedragen/tarieven jaarlijks gecumuleerd aan te passen door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.
De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement op vertoningen en evenementen in te trekken en een gewijzigd reglement te stemmen aanvang nemende op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Artikel 1.0.8 en 1.0.9. van de intergemeentelijke codex van politiereglementen en –verordeningen – deel B, gestemd in de gemeenteraad van 27 november 2014.
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Art.1: Het op 21/12/2023 gestemde belastingreglement op vertoningen, evenementen en vermakelijkheden wordt opgeheven en met ingang van 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 wordt een belasting geheven op vertoningen, evenementen en vermakelijkheden op het volledige grondgebied van de gemeente Boom met een geconcentreerde publiekstoeloop van minimaal 5000 deelnemers/toeschouwers per dag.
Art.2: De belasting wordt als volgt vastgesteld:
- evenementen die plaatsvinden gedurende minder dan 7 aaneensluitende dagen;
| Aantal deelnemers /toeschouwers/dag |
Tarief/dag/deelnemer |
||
| >= 5.000 |
< 10.000 |
0,26 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
| >= 10.000 |
< 30.000 |
0,53 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
| >= 30.000 |
< 50.000 |
1,05 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
| >= 50.000 |
2,09 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
|
- evenementen die plaatsvinden gedurende meer dan 7 aaneensluitende dagen of evenementen verspreidt over meerdere weekends;
| Aantal deelnemers /toeschouwers/dag |
Tarief/dag/deelnemer |
||
| >= 5.000 |
< 10.000 |
0,53 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
| >= 10.000 |
< 3.0000 |
1,05 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
| >= 30.000 |
< 50.000 |
2,09 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
| >= 50.000 |
3,66 EUR |
per deelnemer/toeschouwer |
|
Bovenstaande bedragen in dit artikel worden jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.
Elke begonnen dag wordt aangerekend als een volledige dag.
Wanneer het evenement of de manifestatie niet doorgaat, dient dit ten laatste drie kalenderdagen voor de geplande activiteit te worden doorgegeven aan het evenementenloket waar de aanvraag werd ingediend.
Art.3: De organisator van het evenement is de belastingplichtige.
De belastingplichtige dient, overeenkomstig de bepalingen van de intergemeentelijke codex van politiereglementen en –verordeningen – deel B, 4 maanden voor het evenement toelating te vragen, en aangifte te doen bij het bestuur van het verwachte aantal deelnemers/toeschouwers.
Uiterlijk twee weken na ieder evenement dient de belastingplichtige het exacte aantal deelnemers/toeschouwers per dag aan het bestuur over te maken via een aangifteformulier.
Het model van aangifteformulier zal door het college van burgemeester en schepenen worden vastgesteld.
teneinde de nodige vaststellingen te kunnen doen, moet de belastingplichtige de ambtenaren, die door het college met het toezicht zijn belast en van een aanstellingsbewijs zijn voorzien, op hun evenement toelaten.
Art.4: De belasting, alsmede de eventuele belastingverhoging zal ingevorderd worden door middel van een kohier.
Art.5: De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgende de modaliteiten vervat in het gelijknamig decreet van 30 mei 2008 en haar aanpassingen.
Art.6: Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
- 10 % bij een eerste overtreding,
- 100 %, 200 % bij respectievelijk een tweede en derde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Ingeval van weigering om een fiscale controle te laten uitvoeren of weigering om boeken of bescheiden voor te leggen : een bijkomende administratieve geldboete van 100,00 EUR op te leggen.
Art.7: Zijn vrijgesteld :
- de evenementen georganiseerd door verenigingen die zijn aangesloten bij een Boomse gemeentelijke adviesraad;
- de evenementen uitsluitend ten voordele van een erkend goed doel of benefiet;
- een door de gemeente betoelaagde of gefinancierde vereniging;
- de evenementen georganiseerd door de provincie of het autonoom provinciebedrijf op haar eigen recreatiedomein “De Schorre”
Art.8: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht alsook de bekendmaking zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.
Op 25 september 2024 opende het OverKophuis Boom (werkingsgebied ELZ RupelAar) de deuren. Hier zijn jongeren tussen 12 en 25 jaar welkom voor ontspanning, maar tevens is er ook hulpverlening aanwezig om zo snel mogelijk in te kunnen grijpen bij mentale problemen.
Om de hulpverlening te garanderen dienen we de huidige overeenkomst met CAW Antwerpen na positieve evaluatie te verlengen en dit voor de inzet van 0,5 VTE hulpverlener JAC voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Mentaal welzijn bij jongeren staat momenteel hoog op de agenda, want de signalen dat het met jongeren steeds moeilijker gaat op mentaal vlak bereiken de hulpverleningsinstanties steeds meer en meer. Door in te zetten op hulpverlening naar deze doelgroep en op de plaatsen waar jongeren aanwezig zijn, kunnen we vroegtijdig ingrijpen bij mentale problemen. OverKop is dan ook een ideale vindplaats en ontmoetingsplaats voor jongeren. We worden hiervoor dan ook gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. Met deze middelen kunnen we een halftijdse jongerenwerker en een basiswerking garanderen.
Voor het hulpverlenende deel sluiten we een overeenkomst af met CAW Antwerpen voor de inzet van een 0,5 VTE om tijdens de openingsmomenten van OverKop te garanderen dat er hulpverlening aanwezig is. Ook outreachend werken is onderwerp van de overeenkomst zodat ook andere verenigingen of de jongeren die de weg (nog) niet gevonden hebben naar OverKop en bij geen verenigingen aangesloten zijn, ook de weg kunnen vinden naar hulpverlening. De werking binnen de scholen valt onder de reguliere werking van het CAW waardoor scholen op afspraak nog steeds terecht kunnen bij het CAW.
Het college van burgemeester en schepenen verzond dit punt in zitting van 5 januari 2026 door naar de gemeenteraad.
Deze budgetten te voorzien in het budget 2026 en in de meerjarenplanning.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Overeenkomst CAW Antwerpen en lokaal bestuur Boom
Art.1: te voorzien in een samenwerkingsovereenkomst lokaal bestuur Boom - CAW Antwerpen in het kader van het project mentaal welzijn voor jongeren - OverKop, voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026.
Art.2: de budgetten te voorzien zoals afgesproken in de samenwerkingsovereenkomst: 80% van het budget (34.141,20 euro) in boekjaar 2026 en 20% van het budget na afrekening met bewijsstukken (8.535,30 euro) in het boekjaar 2027 en hiervoor middelen te voorzien in het meerjarenplan.
De hogere overheid gaat er voor de komende jaren van uit dat de index jaarlijks minstens 2% zal stijgen. Deze verhoging zal vermoedelijk ook worden opgenomen in het meerjarenplan. Daardoor zien we dat de vergoedingen van de burgemeester en schepenen opnieuw automatisch meestijgen met de index. Dat is wettelijk zo bepaald door Vlaanderen, maar in de praktijk betekent dit dat de vergoedingen voor het uitvoerend niveau jaar na jaar fors toenemen, ook wanneer onze inwoners zelf weinig of geen financiële marge hebben. Tegelijk verhoogt de coalitie systematisch alle kosten voor de Bomenaar.
Het nieuwe college van burgemeester en schepenen werd in onze gemeente maximaal ingevuld. Slechts één schepen minder zou deze legislatuur al een directe besparing van 300.000 euro opleveren. Een keuze die, ondanks de zeer lange onderhandelingen die naar eigen zeggen over de moeilijke begroting gingen, niet werd gemaakt.
Heel concreet:
In 2024 bedroeg het brutoloon voor het volledige college 345.692 euro. Rekening houdend met een jaarlijkse indexering van 2% voor de periode 2026-2030, stijgt dat bedrag naar 389.306 euro in 2030.
Terwijl deze bedragen automatisch blijven stijgen, heeft men in het Vlaams Parlement beslist om de eigen parlementaire wedden niet te indexeren, net zoals in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Elke partij, meerderheid én oppositie, heeft dat gesteund.
Dit gebeurt terwijl:
Als iedereen meer moet betalen of fors moet besparen, lijkt het mij zeer logisch dat er ook wordt bespaard op de politiek.
Door onderstaand billijk voorstel toe te passen, realiseren we een besparing van 106.000 euro.
Dit neutraliseert niet alleen de verwachte indexstijging van de komende jaren, maar zorgt ook voor een directe besparing in de begroting. Dat is broodnodig in tijden waarin de financiële ruimte zeer krap is en we bovenmenselijke inspanningen vragen van de bevolking en het personeel.
Wie bestuurt, moet bovendien het goede voorbeeld geven.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
De gemeenteraad heeft het voorstel inzake vrijwillige inhouding op de wedden van burgemeester en schepenen, inclusief toepassing van wettelijke indexatie en bijsturing, niet goedgekeurd.
Art.1: Toepassing wettelijke indexering: De automatische indexatie van de wedden van burgemeester en schepenen, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering, wordt verder toegepast zoals juridisch verplicht.
Art.2: Forfaitaire jaarlijkse inhouding: Burgemeester en schepenen verbinden zich ertoe vrijwillig een inhouding te laten verrichten van 2% op hun jaarlijkse wedde voor het jaar 2026, 4% voor 2027, 6% voor 2028 en 8% voor 2029 en 2030, teneinde de effectieve uitbetaling te matigen en de stijging door indexatie te neutraliseren.
Art.3: Technische verwerking: De inhouding wordt door de financiële dienst verwerkt als een ontvangst binnen het artikel ‘lonen en wedden politiek personeel’.
Art.4: Bijsturing bij afwijkende index: Indien de werkelijke indexatie significant afwijkt van de huidige prognoses, kan de gemeenteraad jaarlijks beslissen om de inhouding proportioneel aan te passen binnen dezelfde filosofie van matiging.
Art.5: Inwerkingtreding: Deze beslissing treedt in werking op 1 januari 2026.
De voorzitter sluit de zitting op 15/01/2026 om 21:26.
Aldus gedaan in zitting datum voormeld.
Goedgekeurd door de gemeenteraad.
Namens Gemeenteraad,
Lize Van Dijck
algemeen directeur
Anita Ceulemans
voorzitter