De gemeenteraad stemde in zitting van 18/12/2014 een belastingreglement op uitbating van openlucht recreatieve terreinen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2015 en eindigend op 31/12/2019.
In collegezitting van 05/12/2016 werd beslist om het belastingreglement op uitbating van openlucht recreatieve terreinen naar de gemeenteraad te zenden met het verzoek het huidige reglement op te heffen en een nieuw reglement met bijkomend tarief te stemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2017 en eindigend op 31/12/219.
In gemeenteraadszitting van 22/12/2016 werd het bestaande belastingreglement op uitbating van openlucht recreatieve terreinen opgeheven en een nieuw reglement met bijkomend tarief gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2017 en eindigend op 31/12/2019.
In collegezitting van 09/12/2019 werd beslist om het belastingreglement op uitbating van openlucht recreatieve terreinen naar de gemeenteraad te zenden met het verzoek het huidige reglement op te heffen en een nieuw reglement te stemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
In gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd het bestaande belastingreglement op uitbating van openlucht recreatieve terreinen opgeheven en een nieuw reglement met bijkomend tarief gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te dekken;
De uitbating, zelfs tijdelijk, van openlucht recreatieve terreinen legt een zware last bij de gemeente inzake netheid, veiligheid, coördinatie e.d.
Er is een grote impact op:
- de mobiliteit van de inwoners en een vlot doorgaand verkeer, inclusief impact op de verkeersveiligheid;
- Het leefmilieu, meer bepaald afval en geluidsoverlast, eventueel ook een impact ten gevolge van landschappelijke aanpassingen;
- De inzet van gemeentepersoneel, onder meer de dienst omgevingsvergunningen, de uitvoerende technische dienst (o.a. voor de openbare reinheid), de communicatiedienst, diensten voor veiligheidsorganisatie;
Door het heffen van een belasting op uitbaters van openlucht recreatieve terreinen kan een doordacht lokaal beleid gevoerd worden met voldoende aandacht voor flankerende maatregelen.
De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement op uitbating van openlucht recreatieve terreinen in te trekken en een gewijzigd reglement te stemmen aanvang nemende op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Huidige tarief Boom vergeleken tov Rumst en voorgestelde wijziging gecumuleerd jaarlijks geïndexeerd aan 1,5 %:
| Tarief |
2025 Boom |
2025 Rumst |
2026 Boom |
2027 Boom |
2028 Boom |
2029 Boom |
2030 Boom |
2031 Boom |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| M² uitbating minder dan 7 aaneensluitende dagen |
0,50 |
0,55 |
0,56 |
0,57 |
0,58 |
0,58 |
0,59 |
0,60 |
| M² uitbating >= 7 aaneensluitende dagen met max. 1 weekend |
0,70 |
2,10 |
2,13 |
2,16 |
2,20 |
2,23 |
2,26 |
2,30 |
| M² per weekend indien >= 2 weekends |
0,70 |
2,10 |
2,13 |
2,16 |
2,20 |
2,23 |
2,26 |
2,30 |
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Decreet d.d. 30/05/2008 en haar aanpassingen dat de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen regelt.
- Decreet van 10 juli 2008 betreffende de toeristische logies.
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Art.1: Met ingang van 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 wordt ten voordele van de gemeente Boom een belasting gevorderd van de uitbaters van openlucht recreatieve terreinen zoals bedoeld in het artikel 2. 3° van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het toeristisch logies, zelfs indien op dit openluchtrecreatief terrein minder dan 76 dagen per jaar wordt gekampeerd.
Art.2: Deze belasting wordt geheven op de oppervlakte van de afgebakende gedeelten van het terrein ingericht als tentenweide of als plaats voor andere mobiele openlucht recreatieve verblijven.
In de genoemde oppervlakte zijn niet inbegrepen de oppervlakte van de toegangswegen tot het kampeerterrein en tot de afgebakende tentenweiden, de oppervlakte van de veiligheidswegen, de oppervlakte ingenomen door sanitaire voorzieningen.
Art.3: Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt als volgt berekend:
De bedragen wordt jaarlijks gecumuleerd aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5%.
Art.4: De uitbaters van de openlucht recreatieve verblijven zijn ertoe gehouden om bij de aanvraag van de vergunning, op een daartoe voorzien formulier, aan de gemeente Boom aangifte te doen van de plaats en de oppervlakte van de door hen ter beschikking gestelde terreinen op het grondgebied van de gemeente Boom zoals beschreven in artikel 2.
Art.5: Een uitbreiding van het terrein moet steeds met een bijkomende aangifte aan de Gemeente Boom worden aangegeven vóór de ingebruikname van het terrein.
Art.6: De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Art.7: Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met
- 10 % bij een eerste overtreding,
- 100 %, 200 % bij respectievelijk een tweede en derde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Arti.8: Teneinde de nodige vaststellingen te kunnen doen dienen de belastingplichtigen de ambtenaren, die door het college met het toezicht zijn belast en van een aanstellingsbewijs zijn voorzien, toe te laten op de terreinen.
Art.9: Ingeval van weigering om een fiscale controle te laten uitvoeren of weigering om boeken of bescheiden voor te leggen : een bijkomende administratieve geldboete van 100,00 EUR op te leggen.
Art.10: De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgende de modaliteiten vervat in het gelijknamig decreet van 30/05/2008 en haar aanpassingen.
Art.11: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht alsook de bekendmaking zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.