Terug
Gepubliceerd op 12/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

do 11/12/2025 - 20:00

DIENST FINANCIËN - BEL 4 - BELASTINGREGLEMENT MILIEU- AANSLAGJAAR 2026-2031 - HERNIEUWING EN WIJZIGING

Aanwezig: Anita Ceulemans, voorzitter
Jeroen Baert, burgemeester
Tom Dewandelaere, Linde Peeters, Andy Janssens, schepenen
Patrick Marnef, Hans Verreyt, Nourdine Elkaouakibi, Eddy Van Der Taelen, Christel De Coninck, Ann De Smedt, Fatiha Haouat, Carla Herremans, Johan Van Limbergen, Ali Manzo, Maaike De Maeyer, Rudy Van Rompaey, Kimberly Van Assche, Annick Zaman, Vicente Pascual Termens, raadsleden
Peter De Ridder, schepen
Ilias El Hajjami, Vertrouwenspersoon
Lize Van Dijck, algemeen directeur
Verontschuldigd: Tibo Roekaerts, schepen
Heidi Verhoeven, Hans Heeman, Steffen De Langhe, raadsleden
Voorgeschiedenis

Omwille van de financiële toestand van de gemeente, is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.

In gemeenteraadszitting van 05/12/2013 werd het reglement milieubelasting gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.

In gemeenteraadszitting van 18/01/2018 werd het voorstel gedaan om in het belastingreglement milieubelasting met ingang van 1 januari 2018 volgende vrijstellingsbepaling op te nemen:

Vrijstelling voor opstartende zelfstandigen en bestaande bedrijven met een bedrijfsoppervlakte kleiner of gelijk aan 200 m² en dit voor een periode van drie jaar.

In gemeenteraadszitting van 22/02/2018 werd het bestaande reglement opgeheven en een gewijzigd reglement milieubelasting gestemd met opname van de bijkomende vrijstellingsbepaling en dit voor een periode aanvang nemend op 01/01/2018 en eindigend op 31/12/2019.

In collegezitting van 09/12/2019 werd beslist om het belastingreglement milieubelasting naar de gemeenteraad te verzenden met het voorstel dit reglement ongewijzigd te herstemmen, behoudens de overgangsregeling in de vijstellingsbepaling, dewelke zonder voorwerp is geworden, voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.

Als overgangsregeling werd bepaald dat de vrijstelling ook nog wordt toegekend aan zelfstandigen/ bedrijven of vestigingseenheden met een bedrijfsoppervlakte kleiner of gelijk aan 200 m² en die zijn geopend of opgestart in Boom na 01/01/2015 en voor 01/01/2017, waarbij zij naargelang de datum van opstart/opening nog recht hebben op 1 of 2 jaar vrijstelling: er wordt vrijstelling toegekend voor het aanslagjaar 2018 voor zelfstandigen/bedrijven of vestigingseenheden die zijn geopend/of opgestart op het grondgebied van Boom in 2015. Er wordt vrijstelling toegekend voor de aanslagjaren 2018-2019 voor bedrijven of vestigingseenheden die zijn geopend/of opgestart op het grondgebied van Boom in 2016. 

In gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd het bestaande reglement opgeheven en een ongewijzigd reglement milieubelasting gestemd, behoudens de overgangsregeling in de vijstellingsbepaling, dewelke zonder voorwerp is geworden, voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.

Feiten en context

Omwille van de financiële toestand van de gemeente, is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.

Gedurende 25 jaar werd het tarief ongewijzigd behouden, hernieuwd en herstemd. Er werd enkel binnen deze periode een vrijstellingsbepaling ingevoerd. De natuurlijke en rechtspersonen die hun zelfstandige activiteit hebben opgestart op grondgebied Boom in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar en met een bedrijfsoppervlakte kleiner of gelijk aan 200 m² worden voor een periode van de eerste drie jaar aaneensluitend vrijgesteld. De vrijstelling dient aangevraagd te worden voor 30 juni van het aanslagjaar.

Daarom is het noodzakelijk om een indexering door te voeren voor deze belasting naar analogie met andere reglementen. Om tot een realistisch tarief te komen vanaf 2026 dient rekening gehouden te worden met het ongewijzigd niet-geindexeerd tarief gedurende 25 jaar aangepast t/m 2025. Het tarief wordt jaarlijks aangepast door middel van een gecumuleerde index met een vaste coëfficiënt van 1,5% en afgerond naar de hogere euro.

Adviezen en argumenten

De gemeenteraad beslist om dit belastingreglement naar de gemeenteraad te verzenden met het verzoek het bestaande belastingreglement op milieu in te trekken en een gewijzigd reglement te stemmen aanvang nemende op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.

Financiële weerslag

Financiële weerslag van toepassing: NEEN

Visum van toepassing: NEEN

Juridische gronden

- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht

- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen

- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51

Publieke stemming
Aanwezig: Anita Ceulemans, Jeroen Baert, Tom Dewandelaere, Linde Peeters, Andy Janssens, Patrick Marnef, Hans Verreyt, Nourdine Elkaouakibi, Eddy Van Der Taelen, Christel De Coninck, Ann De Smedt, Fatiha Haouat, Carla Herremans, Johan Van Limbergen, Ali Manzo, Maaike De Maeyer, Rudy Van Rompaey, Kimberly Van Assche, Annick Zaman, Vicente Pascual Termens, Peter De Ridder, Ilias El Hajjami, Lize Van Dijck
Voorstanders: Anita Ceulemans, Jeroen Baert, Tom Dewandelaere, Linde Peeters, Andy Janssens, Patrick Marnef, Hans Verreyt, Eddy Van Der Taelen, Christel De Coninck, Ann De Smedt, Carla Herremans, Johan Van Limbergen, Maaike De Maeyer, Kimberly Van Assche, Annick Zaman, Vicente Pascual Termens, Peter De Ridder
Onthouders: Nourdine Elkaouakibi, Fatiha Haouat, Ali Manzo, Rudy Van Rompaey
Resultaat: Met 17 stemmen voor, 4 onthoudingen
Besluit

Art.1: Er wordt voor een periode aanvang nemend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 een jaarlijkse milieubelasting geheven.


Art.2: De belasting is hoofdelijk en ondeelbaar verschuldigd voor een gans aanslagjaar door de natuurlijke en de rechtspersonen die op 1 januari van het aanslagjaar als hoofd- en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente:

-     een nijverheids-, landbouw- of handelsbedrijf exploiteren;

-     een vrij beroep of een zelfstandige activiteit uitoefenen, inbegrepen de vennootschappen in vereffening waarvan de activiteit zich beperkt tot de vereffeningsverrichtingen.

De belasting wordt gevestigd overeenkomstig de toestand op 1 januari van het aanslagjaar.

De rechtspersonen bedoeld in artikelen 180, 181 en 182 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 zijn evenwel niet aan de belasting onderworpen.

 

Art.3: De milieubelasting is verschuldigd op basis van de oppervlakte per afzonderlijke vestiging hoe dan ook genoemd, gelegen op het grondgebied van de gemeente en door de belastingplichtige gebruikt of tot zijn gebruik voorbehouden op 1 januari van het aanslagjaar.


Art.4: De belasting wordt per vestiging op het grondgebied van de gemeente als volgt vastgesteld :

1)   Vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 1

-     2,69 EUR per m2 bebouwde bedrijfsoppervlakte

-     0,45 EUR per m2 onbebouwde bedrijfsoppervlakte

met een minimum van 2.226,47 EUR en een maximum van 53.433,51 EUR

 

2)   Vergunningsplichtige inrichtingen, klasse 2

-     2,25 EUR per m² bebouwde bedrijfsoppervlakte

-     0,45 EUR per m² onbebouwde bedrijfsoppervlakte

met een minimum van 1.335,52 EUR en een maximum van 22.263,81 EUR

 

3)   Meldingsplichtige inrichtingen klasse 3, niet-vergunningsplichtige inrichtingen en vrije beroepen

a)     bedrijfsoppervlakte kleiner of gelijk aan 200 m2: 222,74 EUR

b)    bedrijfsoppervlakte groter dan 200 m2 :

-     1,80 EUR per m² bebouwde bedrijfsoppervlakte

-     0,45 EUR per m² onbebouwde bedrijfsoppervlakte

met een minimum van 534,39 EUR en een maximum van 11.132,36 EUR

Als oppervlakte komt in aanmerking de vloeroppervlakte per bouwlaag, en het aanpalend terrein met inbegrip van alle aanhorigheden die met de exploitatie van het bedrijf een functionele band hebben, met inbegrip van alle stallingen, serres, warenhuizen, hangars, enz.

Deze tarieven worden jaarlijks aangepast door middel van een gecumuleerde index met een vaste coëfficiënt van 1,5% en afgerond naar de hogere euro.


Art.5: Zijn van de belasting vrijgesteld :

-     de onroerende goederen of gedeelten van onroerende goederen bestemd voor een dienst van openbaar nut.

-     sommige inrichtingen die door hun meestal onbezoldigde of niet-gesubsidieerde activiteit, een belangrijke bijdrage leveren voor het milieubeleid en het natuurbehoud, zoals imkers en vogelopvangcentra.

-     De natuurlijke en de rechtspersonen overeenkomstig artikel 2, die hun zelfstandige activiteit hebben opgestart op het grondgebied van Boom in het jaar voorafgaand aan het belastingplichtige aanslagjaar en dit met een bedrijfsoppervlakte kleiner of gelijk aan 200 m² worden voor een periode van de eerste drie jaar aaneensluitend vrijgesteld. De vrijstelling dient aangevraagd te worden voor 30 juni van het aanslagjaar.


Art.6: In afwijking van art. 4 wordt deze belasting berekend aan 1,56 EUR per m² voor de private stortplaatsen en voor de opslagplaatsen van schroot en voertuigen buiten gebruik voor de bebouwde en onbebouwde bedrijfsoppervlakte samen.

Wordt als belastbare opslagplaats aanzien elke op het grondgebied in open lucht gelegen stapelplaats ongeacht de hoeveelheid opgestapeld materiaal, wanneer men staande op om het even welk punt van een openbare weg, kenmerken van de stapelplaats kan onderscheiden.

Dit tarief wordt jaarlijks aangepast door middel van een index met een vaste coëfficiënt van 1,5% en afgerond naar de hogere euro.


Art.7: De belastingplichtige is gehouden voor 30 juni van het aanslagjaar spontaan aangifte te doen op een daartoe voorbestemd formulier dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld.

Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren.

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met

-     10 % bij een eerste overtreding,

-     100 %, 200 % bij respectievelijk een tweede en derde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.

Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.

Ingeval van weigering om een fiscale controle te laten uitvoeren of weigering om boeken of bescheiden voor te leggen : een bijkomende administratieve geldboete van 100,00 EUR op te leggen.


Art.8: De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgende de modaliteiten vervat in het gelijknamig decreet van 30.05.2008 en haar aanpassingen.


Art.9: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht alsook de bekendmaking zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.