In de collegezitting van 25/11/2013 werd beslist dit dossier naar de gemeenteraad te verzenden met voorstel dit reglement ongewijzigd te stemmen voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
In gemeenteraadszitting van 05/12/2013 werd het reglement omslagbelasting op de steenbakkerijen gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2014 en eindigend op 31/12/2019.
In gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd het reglement omslagbelasting op de steenbakkerijen gestemd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
De gemeenteraad beslist om het bestaande belastingreglement omslagbelasting op de steenbakkerijen in te trekken en een hernieuwd reglement te stemmen aanvang nemende op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Art.1: Voor een periode aanvang nemend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven van 7.437,00 EUR, om te slaan over de ondernemingen - steenbakkerijen die klei delven op het grondgebied van de gemeente, ongeacht of deze ondernemingen al dan niet hun zetel te Boom hebben. Het belastingbedrag geldt als maximum, in deze zin dat het beperkt blijft tot een bedrag per onderneming, dat forfaitair niet meer mag bedragen dan 0,17 EUR per 1.000 eenheden rijnvormsteen.
Art.2: De verdeling dezer belasting zal gedaan worden naar verhouding der steenvoortbrengst in iedere steenbakkerij uit de op het grondgebied gedolven klei. De betrokken steenbakkerijen doen schriftelijk aangifte van het aantal steen geproduceerd uit de op het grondgebied gedolven klei in het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. De aangifte vermeldt de genoemde productie, uitgedrukt in duizendtallen "kleine steen".
Andere steenvormen worden op die basis herleid volgens de normen aangenomen door de bedrijfsgroepering der kleinijverheid en door het gemeentebestuur aan de betrokkenen medegedeeld. De gemeente behoudt zich het recht voor elke aangifte te controleren.
Art.3: De belastingplichtige is gehouden voor 30 juni van het aanslagjaar spontaan aangifte te doen op een daartoe voorbestemd formulier dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte binnen de gestelde termijnen, wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het College van Burgemeester en Schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met
- 10 % bij een eerste overtreding,
- 100 %, 200 % bij respectievelijk een tweede en derde overtreding, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt.
Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Ingeval van weigering om een fiscale controle te laten uitvoeren of weigering om boeken of bescheiden voor te leggen : een bijkomende administratieve geldboete van 100,00 EUR op te leggen.
Art.4: De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgende de modaliteiten vervat in het gelijknamig decreet van 30.05.2008 en haar aanpassingen.
Art.5: Deze verordening zal in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht worden overgemaakt aan de hogere overheid en als definitief worden aanzien indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek. Dit reglement valt onder het algemeen bestuurlijk toezicht alsook de bekendmaking zoals bepaald in artikel 286 van het decreet lokaal bestuur.