In collegezitting van 12/12/2016 werd beslist om dit belastingreglement naar de gemeenteraad te verzenden met het verzoek het bestaande belastingreglement op de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting in te trekken en een nieuw reglement te stemmen met verminderd tarief aanvang nemende op 01/01/2017 en eindigend op 31/12/2019
In de gemeenteraadszitting van 22/12/2016 werd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2017 en eindigend op 31/12/2019 een jaarlijkse aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het jaar dat zijn naam geeft aan het aanslagjaar.
In de gemeenteraadszitting van 19/12/2019 werd voor een periode aanvang nemend op 01/01/2020 en eindigend op 31/12/2026 een jaarlijkse aanvullende gemeentebelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het jaar dat zijn naam geeft aan het aanslagjaar.
Omwille van de financiële toestand van de gemeente is het noodzakelijk belastingen te heffen en retributies te vorderen ter recuperatie van gemaakte kosten.
De gemeenteraad beslist om het belastingreglement op de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting ongewijzigd te herstemmen voor een periode aanvang nemende op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031.
Financiële weerslag van toepassing: NEEN
Visum van toepassing: NEEN
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikel 40 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
- Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikels 326 tot en met 335 betreffende het bestuurlijke toezicht.
- De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
- Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, hoofdstuk 3 – Toegang tot bestuursdocumenten, art. II.26 tot en met II.51
- Artikelen 465 tot en met 470bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
- Omzendbrief ABB2019/2 van 15/02/2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Art.1: Er wordt voor een periode aanvang nemend op 01/01/2026 en eindigend op 31/12/2031 een jaarlijkse aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het jaar dat zijn naam geeft aan het aanslagjaar.
Art.2: De belasting wordt vastgesteld op 7,9 % van het overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art.3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het Bestuur der Directe Belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Art.4: Indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek zal deze verordening als definitief aanzien aan de hogere overheid overgemaakt worden in toepassing van de regels over het bestuurlijk toezicht.